De Snuifas

  
Ze bestaan. De lullo’s. En wij hebben de eer tegenover en naast zes verse exemplaren te zitten. In de trein van Delft naar Heemstede.

‘Moet ik Ditmar even bellen?’

‘Eds en Ronald zouden direct erheen gaan.’ Opmerkelijk. Ronald. Dat is nu typisch zo’n zeventiger-jaren naam die ouders gaven aan hun zoon als ze het echt niet meer wisten. Geen lullo-naam. Ditmar en Eds passen aardig in het plaatje. Maar Ronald…nee.

                         *

Deze heel jonge lullo’s dragen een pak, een gekreukte witte bloes, een van hen draagt nog de oranje das van de vereniging. Vijf van hen deden de das af. Slordig opgevouwen in hun hand stappen ze ermee de coupe in. Alleen tegenover en naast ons is nog plek. En daar ploffen ze neer.

                        *

‘Kut’, ‘Superkut’, ‘chickie’ en ‘nice’ vliegen ons om de oren. Ze hebben het over ‘zo’n goser’, een foto op de iPhone is ‘bueno’. De andere jongens die ze gaan ontmoeten heten Juul, Siep en Sicco. 

                         *

De jongen die het meeste weg heeft van een VVD-er-in spe, een frappante look-a-like van minister van der Steur, vertelt dat hij morgen de bachelor-party heeft van zijn stiefvader. Een onbegrijpelijk gebeuren voor mij. Bachelor-party van zijn stiefvader? Daar snap ik niets van. Of is het zijn toekomstige stiefvader? De man die gaat trouwen met zijn moeder? We komen het niet te weten. De anderen luisteren lief naar hem.

                         *

‘We gaan bowlen en daarna uit eten’, meldt de jonge Ard met een onvervalste Haarlem-r. Dat bowlen klinkt toch weer lekker gewoon. En ze gaan vanavond naar Haarlem, want ze hebben het over uitgaan bij Stalker of de Koning. Dat laatste tentje heeft ons, ouders van twee post-pubers, destijds een fiets, portemonnee met inhoud en peperdure jas gekost. ‘Ook mijn ID-kaart ben ik kwijhijt…’ vernamen wij van een snikkend kind om 3.00 uur ‘s ochtends, waarna wij haar ophaalden in de stikdonkere stad. De fiets en portemonnee waren gestolen, in de peperdure jas zat een brandgat van een sigaret. De wit-wolkige voering pulpte er daarna voortdurend uit. Daar hielp geen naald en draad tegen. Exit dure jas. 

                           *

We kunnen genieten van de heren de hele treinreis van Delft tot en met Heemstede. Daar gaan ze eruit. ‘Dat appte Ditmar net, lullo! We moeten eruit in Heemstede!’ ‘Heemstede-Aerdenhout zal je bedoelen ‘, verbetert de hockey-captain. Grappig is dat ze spreken over de rector magnificus met de klemtoon op fi in plaats van op ni. Dat is niet juist, heren! Lullo’s! Maar ik hou mijn mond en tik lekker door op mijn iPhone. Zo nu en dan laat ik wat lezen aan mijn dochter. Zij heeft een paar mooie aanvullingen op het lullo-jargon.

                         *

Een van de jongemannen heeft in zijn gele Jumbo boodschappentas wat biertjes meegesjouwd. ‘Matties’ heten deze, oftewel ‘amigos’. ‘Geef mij nog zo’n mattie, pik!’ Nu hebben ze het opeens over goede kappers, dat zijn kappers ‘waarbij je niet hoeft te lullen.’ Dat schijnt belangrijk te zijn. ‘Mijn kapper lult zelf heel veel en verwacht niets terug.’ Dat is ook goed. 

                         *

Ik geniet. Mijn dochter kijkt alleen maar zo nu en dan op van haar iPhone. Deze jongens lijken in zekere zin op haar jongere broer: veel bravoure, een dikke Haarlemse ‘r’, bier drinken en tussendoor wat studeren. Dat schijnen ze namelijk wel eens te doen. Zeer terloops. Soms. Stiekem ‘s avonds in bed waarschijnlijk. Of het weekend voor de tentamens twee keer 24 uur doorblokken. 

                         *

Het thema is verschoven naar de hockey. Ook dat nog. ‘Ik ben captain’, verkondigt de lullo in het hoekje. ‘Superkut’, meent de rest. Als een lullo in Haarlem afscheid neemt ‘ik ga er hier uit’, krijgt hij vijf high fives en mompelen ze allen vriendelijk ‘later(z) ‘. 

                         *

De ‘matties’ zijn op. Mijn theorie over 24 uur doorblokken blijkt te kloppen want de kleinste en knapste lullo doet een master. Hoe doen die gasten dat? Hij had het wel even ‘ziek druk, onmenselijk gewoon, man!’, maar na de onmenselijk zware dagen gaat hij ‘chillen’ met zijn ‘chickie’ in Parijs. Het ‘chickie’ doet een minor in Parijs. De kleine heeft nog een leuk Fransgetint weetje. Als je in Amerika scheldt zeg je: ‘excuse my French!’ De kleine, ik zie hem over tien jaar senior zijn in een groot bedrijf. Twee van de vier hockeyende kindertjes zijn geboren, zijn chickie zal met haar Franse minor niet verder komen dan haar SUV, tennis op vrijdagochtend en zo nu en dan opdraven bij een receptie.

                         *

Over tien, twintig jaar is het leven een beetje over deze gasten heengegaan. Ook hen blijft waarschijnlijk niets bespaard. Ziekte, dood, scheiding, ontslag. Sommigen zullen te hard werken, een burnt-out krijgen wellicht. 

                         *

De bravoure gaat er af. Ze krijgen een buikje. De hockey-captain hobbelt waarschijnlijk nog een beetje mee in het veteranenteam. En stiekem vind ik dat jammer. Ze zijn aandoenlijk, deze jonge lullo’s, de hele toekomst voor zich, met hun ‘chickie’ in Parijs, een stageplek op de ‘Snuifas’, feesten en stappen, hockey en een beetje studeren. 

                          *

‘Een stage op de Snuifas.’ Grinnikend loop ik de trein uit. Eds, Ronald en Ditmar wachten hen beneden op. Een van hen houdt een bos bloemen vast. Ze stappen in twee aftandse autootjes en scheuren er vandoor. Het leven in.

                          *

Ciao amigos!

                         ***

Advertisements

One thought on “De Snuifas

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s