Taart

  
Het is dinsdag 15 september. Donker groen buigt naar rechts, loden luchten jagen boven zwaaiende takken. Op de Gooise weg/s112 valt al dwarrelend een zeskantig blad op het asfalt. Met een aandoenlijk bruin steeltje. Ik rijd er overheen.

                        *

Op deze dag met klinkende regenbuien, donderwolken en katten die voor geen goud naar hun geliefde buiten gaan, komt het niet van schrijven. Tot hier. De file op de Gooise weg ordent gedachten. Het ondergedompeld zijn in de herfst in deze behaaglijke cocon, de warme auto, haalt de woorden tevoorschijn waar ik overdag tevergeefs naar zocht.

                          *

Op vrijdag 18 september maken buien plaats voor blauw met witwatten wolken. Op tafel liggen kranten, kruimels en de iPad. Een half vol glas thee, de pot erachter. Opeens overvalt me de zin in taart. Appeltaart.

                         *

‘Zal ik een appeltaart bakken?’, roep ik richting de voorkamer. Daar ligt de verse student met laptop op schoot, oordopjes in. We praten hier in huis alsof we met slechthorenden samenwonen. HARD en DUIDELIJK anders krijg je GEEN REACTIE.

                         *

‘Huh, eeh, ja, wat voor een taart?’ vragen de oordopjes.

‘EEN APPELTAART!’, is het antwoord.

‘O ja, lekker!’

                          *

En ik bak een taart. Met twee oude rimpelappels en vier gladde groene. Dat van die rimpelappels vertel ik de hardhorende niet. Gisteren vroeg hij zijn vader om een appel: ‘zonder ook maar iets erop, pap, geen deuk of bruin plekje, anders lust ik het niet.’ Vanaf zijn tweede jaar begon de verregaande kieskeurigheid en kokhalzen-bij-iets-‘vies’. De kieskeurigheid houdt al zestien jaar stand.

                         *

Als ik de laatste hand leg aan de taart beweegt er iets in mijn ooghoek: de student is in beweging gekomen.

‘Ik ga zo nog even naar Romee.’

‘O, net nu ik de taart afheb…’ Hij knikt verlegen en ik zeg hem direct dat ik het niet erg vind alleen te zijn, ook niet met taart. ‘Geen probleem!’, roep ik vrolijk.

                         *

‘Mag ik de wagen?’ 

‘De wagen?’

‘Nou ja, de auto, bedoel ik.’

‘Ja, natuurlijk.’

                         *

En daar gaat hij. Opgedoft in de wagen naar Romee. 

                         *

Een uur later is de taart klaar. Ik snijd een warm puntje af. Lekker.

                       ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s