Uitje

  
‘En? Hoe verliep de reis naar Voorschoten?’ Afgelopen zaterdag stel ik direct na het binnenlopen de vraag. Mijn vader. Hij had besloten toch maar niet met de eigen auto naar Voorschoten te reizen. De uitgeoefende druk van mij en van mijn broer deed hem zwichten voor reizen met Valys: een taxi-service voor ouderen waar hij sinds jaar en dag lid van is maar nooit eerder gebruik van maakte. Iets voor nog oudere mensen dan hij, de drieënnegentig-jarige.
                         *

‘Dat doe ik NOOIT meer!’ Uitdagend kijkt hij mij aan. Koninklijk zit hij met zijn kleiner wordende lijf in de zwart-leren sta-op-stoel met het schapenvachtje. De moed zakt mij in de schoenen. Het zou zo mooi geweest zijn als het uitstapje met Valys een goede ervaring geweest zou zijn. Wij geen zorgen over hem en zijn auto, hij relaxed reizend met een taxi.

                         *

‘O nee, waarom niet, pa?’ Ik ga erbij zitten. Een kop water heeft hij al voor me neergezet. De geschilde appelpartjes zien bleekjes. Hij gaat er eens goed voor zitten en buigt zich een beetje naar voren.

‘Ik werd te vroeg opgehaald. Ik moest nog mijn jas aandoen, spullen pakken en naar beneden lopen.’

‘Maar je kan Valys toch vragen of de chauffeur vijf minuten van te voren belt dat hij eraan komt?’

‘Ja, dat had hij ook’, antwoordt hij vaagjes. 

‘Hij nam de weg die jij ook neemt naar Lisse’, vervolgt hij op beschuldigende toon. ‘Niet de A-4.’

‘Tja, de provinciale weg is rustiger ‘s ochtends om 9.30 uur, pa’, zeg ik. Ik kan het niet laten erop in te gaan. Altijd lokken zijn stelligheden en vooropgezette mening bij mij een reactie uit. Hij lijkt daar van te genieten. Ik word er alleen maar moe van.

                           *

‘Ja, dat zal best. Ik zat nog met twee anderen in de auto. We reden door Wassenaar. Op een gegeven moment stopt de chauffeur. ‘We zijn er’, zei hij. Maar dat klopte niet. We stonden voor een lange huizenrij. En ik moest bij dat hotel zijn, God, hoe heet het ook al weer?’

‘Van der Valk, toch?’, help ik .

‘Ja, van der Valk, De Gouden Leeuw.’

Hij gaat verder, het wordt nu spannend.

‘Maar hij beweerde dat het hier was: Veurseweg 80. Dus ik stap maar uit. Het was een heel lange weg. Verderop waren een paar stratenmakers bezig en dat was mijn geluk.’ Mijn vader last nu even een pauze in.

‘Neem lekker een stukje appel!’

‘Ja, ik heb al genomen. Waar was je dan precies?’

                         *

‘Nou’, glimt mijn vader, ‘ik was inderdaad verkeerd afgezet. De stratenmaker vertelde dat het hotel verderop was, wel twee kilometer lopen. En ja, dat lukt me dus niet meer.’ Nee, dat lukt hem zeker niet meer. Ik bedacht me wat er misgegaan kon zijn. Er schiet me iets te binnen.

‘Jij had de afspraak telefonisch gemaakt, toch? Kan het zijn dat ze het huisnummer verkeerd doorgegeven hebben of misschien verkeerd hebben verstaan?’

Deze vraag hoort hij niet of wil hij niet horen. 

‘Maar gelukkig kon een van de stratenmakers mij brengen, het was helemaal aan het einde van de straat, dan naar rechts, daarna was ik er pas.’

‘Nou, dat is reuze vriendelijk van die man’, zeg ik, ‘zo zie je, gelukkig is er altijd voor alles een oplossing.’ Wat een dooddoenerige opmerking van niks is.

                         *

Mijn vader neemt eindelijk een slok van zijn lauw geworden kop koffie.

‘Was het wel gezellig met je neef en zijn vrouw?’

‘Ja, reuze gezellig, we hebben wat gegeten daar. Goed eten hoor, bij van der Valk! Ik nam een uitsmijter!’ Hij straalt als hij het vertelt. ‘Dat maak ik nou nooit voor mezelf, wel erg lekker, hoor. Drie eieren met brood, heerlijk!’

‘Wat aten je neef en zijn vrouw?’

‘We namen allemaal hetzelfde.’

                         *

Ik zie ze zitten: drie oude mensen en de dingen die voorbij gaan. Alledrie rond de negentig met een bewogen leven achter hen. Een emigratie, een overleden dochter, een uit elkaar geslagen gezin en een nieuw leven in een Heemsteedse flat. 

                         *

‘Om half twee liep ik naar buiten en daar stond de chauffeur van Valys al klaar. Ik kon zo instappen.’

‘Nou, dat is mooi! Wist hij wel dat het Veursestraat 180 was in plaats van 80?’ Maar dat vindt mijn vader niet een interessante vraag.

‘Ik had een heel busje voor mij alleen! Belachelijk, niet? Een hele bus voor maar een persoon!’

                         *

Gelukkig is er nog meer kritiek te leveren op dat wat hem in zijn ogen zijn zelfstandigheid, zijn vrijheid en eigen verantwoordelijkheid bedreigt. Valys.

                         *

‘De volgende keer rijd ik er gewoon zelf heen’, moppert hij zachtjes voor zich uit, ‘met de Tom Tom. Dat kan ik nog best.’ Mij kijkt hij bij deze woorden niet aan. Ik zeg niets.

                          ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s