Essentiële oliën 

 Het is vroeg. De perrons zijn koud en verlaten. Het is goed een warme jas aan te hebben. Mistige kilte trekt omhoog van laars naar lijf. We wachten. We wachten op de trein naar Berlijn. Het is donderdag 1 oktober, 6.34 uur.

                         *

‘Met Marijn spreek je. Ben je aan het werk? Stoor ik?’ Als ik opneem, het is een uur of twee, woensdagmiddag, zie ik de naam van ons kind op het display maar ik hoor de stem van haar vriend. In 0,002 seconde schiet het door mijn hoofd: tram-, auto-of fietsongeluk. Iets anders Ergs. ‘Nee, je stoort niet’, zeg ik haastig alsof mijn snelle woorden hem eerder de onheilstijding doen overbrengen.

                         *

‘Julia is erg ziek. Ik kan haar niet alleen laten maar ik moet naar college. Ze geeft erg over, zo erg dat ze bijna geen adem meer kan halen.’ In gedachten heb ik het document waar ik aan werk afgesloten, de computer uitgezet, mijn tas gepakt, de autosleutels, -waar zijn ze? -, gepakt Ik ben weg in gedachten, in werkelijkheid zit ik op mijn stoel, starend naar het document van opeens zo minuscule importantie.

                          *

‘Ik sluit hier af en kom naar haar toe. Ik ben er over een uurtje.’ Ik tik nog heel even door, weet niet meer goed wat te schrijven. Ik mail het document toe naar mijzelf, misschien kan ik het vanmiddag afmaken. 

                          *

Ik pak mijn werktas uit de kast met schuifdeuren. Harmonicadeuren, duifgrijze deuren die je met enige kracht uit elkaar trekt. Een ongebruikt sleuteltje, – de deur mag niet op slot vanwege de verjaardagsslingers van de afdeling ernaast,- steekt nutteloos in het slot.

                            *

In de trein hebben wij in wagen 7 de gereserveerde plaatsen 34 – 36. 

‘We rijden achteruit’, constateert mijn man. Het is een goede plek. Een beetje krap. Maar wij zijn niet groot. We zitten achter twee maal vier plekken met een fijn tafeltje ertussen. ‘Dat is een lekker plekje’, kijkend naar de vier-met-tafeltje, zeg ik en ik denk daarbij aan het document van gisteren dat ik graag afmaak. Maar brave burgers die wij zijn nemen wij plaats op de twee achteruitrijd-plekken. 

                           *

De twee maal vier plekken-met-tafeltje worden brutaalweg ingenomen door twee maal vier gezette dames. Zij tillen puffend en met rode hoofden hun enorme koffers in het rek boven de zitplaatsen. Zij dragen T-shirts met lange mouwen, lang genoeg om ver over de dikke billen te worden getrokken. ‘Als er mensen komen die gereserveerd hebben gaan we wel weg’, beweert de bijdehandste van de acht. Zij draagt een zonnebril die zij de komende uren niet afzet. Haar mond staat geen seconde stil. Zij babbelt maar door: over haar website ‘die valt gewoon op, he, ook gewone mensen lezen de info op mijn site met plezier’ beweert zij zonder een spier te vertrekken. 

                           *

Na een uur luisteren en gokken ‘zijn het vriendinnen? Collega’s? Wellness-liefhebsters?’ hoor ik de babbelaarster vertellen over essentiële oliën. Dat is het wat ik telkens ruik. Vleugjes doordringende lucht drijven soms onze kant op. Een hevige geur van mint bereikt onze neusgaten. De dames doen iets met essentiële oliën en zij bezoeken daarvoor een conferentie. ‘Je moet direct naar de boeken gaan’, raadt de bril allen aan. ‘Dat is het beste, en neem vooral een lege tas mee!’ 

                            *

De andere dames luisteren gelaten. Hun tafeltje staat vol met een pot kwark, zakjes brood, flessen water. Kartonnen thee- en koffiemokken staan in het midden. Plastic lepeltjes steken parmantig uit de plastic deksels met gaatje. Een ronde doos met snoep staat in het midden. De dikke vingers nemen geregeld een knisperend snoepje en peuteren dit uit het gekleurde papiertje. Popperig in elkaar gedraaid glimvloei met een krulletje aan de uiteinden.

                      *

Als ik aankom in Amsterdam glip ik achter een studente aan door de voordeur. Hindernis 1 is genomen. Nu hoeft het doodzieke kind niet naar beneden te lopen. Ik loop de lange gang door. 5 D 14 en 15. 15 is de slaapkamer. Ik druk op de zoemer. Het zieke kind doet open en loopt struikelend terug naar het bed met daarnaast een teiltje. Ze laat zich vallen op bed en geeft over. 

                          *

Naast mij in de trein staat nu een dikke dame van de essentiële oliën. Zij behoort tot het groepje van vier dat tijdens de stop in Enschede is verjaagd door twee Twentse stelletjes. De zware koffers zijn verhuisd evenals de dames zelf. Een van de Twentse heren wint de babbelstrijd van zonnebril. De man lult maar door, over Volkswagen en ‘diezels, man man die zijn vervuilend!’ tot en met ‘waar ligt het hoetel noe ok al weer prezies?’ De vrouwen lachen vaak en veel en dat stimuleert de praatjes van de man. Hij delibereert op luide toon door.

                      *

Na een paar overgeefsessies leeg ik in een korte pauze snel het teiltje. Ik spoel het om. De tissues die verfrommeld in de prut liggen gooi ik in de wc die van slag raakt en rap overloopt. Manmoedig steek ik mijn arm in de pot en trek de gore prop eruit. Al bubbelend loopt de pot leeg. 

                          *

Ik zoek in een la de bruistabletten waarmee het zoutgehalte van de zieke weer op peil kan worden gebracht, zet thee, maak bouillon, rooster brood, bel de huisarts, haal medicijnen, wat lichte crackers bij de supermarkt en een klein bakje Quinoia salade bij een groentewinkel op het Gelderlandplein. ‘Dat is dan € 6,95, mevrouw’, zegt de aardige groentenjuwelier. 

                        *

Langzaam keert kleur terug op haar gezicht, ze drinkt de zoutoplossing en bouillon, neemt wat muizenhapjes brood. Ik ruim een beetje op ‘mam, dat hoeft niet..’ , klinkt het zwakjes vanuit het bed. Maar ik doe een afwasje, gooi wasgoed op een hoopje, zet ramen open voor frisse lucht en wapper met een vochtige doek om het ergste vuil van het bed te poetsen. Zo’n moeder die ik nooit worden zou.

                          *

We zijn in Berlin-Spandau. Rudolf Hess zat daar gevangen. Grond vol geschiedenis, Blut und Tränen. We zijn er bijna. 

                          *

Vannacht werd ik om 00.45 uur wakker van een whatsapp-piepje. 

‘Nog bedankt voor vanmiddag, het gaat al beter. Quinoa salade is erin gebleven (en was erg lekker!). Veel plezier in Berlijn morgen! Ik laat wel weten hoe het bij de huisarts ging maar het gaat dus al beter. Succes morgen met de reis! 🇩🇪 🇩🇪 🇩🇪’

                         *

Het document kwam af. De praatzieke Twentenaar houdt zijn mond. We zijn er. Berlin Hauptbahnhof.

                       ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s