Schuifelen naar de eeuwigheid

  Todesfuge 

Schwarze Milch der Frühe wir trinken sie abends

wir trinken sie mittags und morgens wir trinken sie nachts

wir trinken und trinken

wir schaufeln ein Grab in den Lüften da liegt man nicht eng

Ein Mann wohnt im Haus der spielt mit den Schlangen der schreibt

der schreibt wenn es dunkelt nach Deutschland dein goldenes Haar Margarete

er schreibt es und tritt vor das Haus und es blitzen die Sterne er pfeift seine Rüden herbei

er pfeift seine Juden hervor läßt schaufeln ein Grab in der Erde

er befiehlt uns spielt auf nun zum Tanz

Schwarze Milch der Frühe wir trinken dich nachts

wir trinken dich morgens und mittags wir trinken dich abends

wir trinken und trinken

Ein Mann wohnt im Haus der spielt mit den Schlangen der schreibt

der schreibt wenn es dunkelt nach Deutschland dein goldenes Haar Margarete

Dein aschenes Haar Sulamith wir schaufeln ein Grab in den Lüften da liegt man nicht eng

Er ruft stecht tiefer ins Erdreich ihr einen ihr andern singet und spielt

er greift nach dem Eisen im Gurt er schwingts seine Augen sind blau

stecht tiefer die Spaten ihr einen ihr andern spielt weiter zum Tanz auf

Schwarze Milch der Frühe wir trinken dich nachts

wir trinken dich mittags und morgens wir trinken dich abends

wir trinken und trinken

ein Mann wohnt im Haus dein goldenes Haar Margarete

dein aschenes Haar Sulamith er spielt mit den Schlangen

Er ruft spielt süßer den Tod der Tod ist ein Meister aus Deutschland

er ruft streicht dunkler die Geigen dann steigt ihr als Rauch in die Luft

dann habt ihr ein Grab in den Wolken da liegt man nicht eng
Schwarze Milch der Frühe wir trinken dich nachts

wir trinken dich mittags der Tod ist ein Meister aus Deutschland

wir trinken dich abends und morgens wir trinken und trinken

der Tod ist ein Meister aus Deutschland sein Auge ist blau

er trifft dich mit bleierner Kugel er trifft dich genau

ein Mann wohnt im Haus dein goldenes Haar Margarete

er hetzt seine Rüden auf uns er schenkt uns ein Grab in der Luft

er spielt mit den Schlangen und träumet der Tod ist ein Meister aus Deutschland 

dein goldenes Haar Margarete

dein aschenes Haar Sulamith 

Paul Celan (1920-1970)

                             *

Ooit las ik dit gedicht. Het was op een middag in een warm klaslokaal aan de Prinsenhof 3 in Haarlem. Gek genoeg was het de muziekleraar, meneer Wertheim, die ons dit gedicht voorlas en niet de leraar Duits. Wij lazen het mee op een stencil. 

‘Dein goldenes Haar Margarete. 

 Dein aschenes Haar Sulamith.’ 

Stil waren we. Na het gedicht liet meneer Wertheim een muziekstuk horen. Droevige muziek. En, in tegenstelling tot de meeste muzieklessen waarin we baldadig en rumoerig waren, bleef het tijdens deze les stil.

                           *

Mijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog en dan met name de vervolging van de Joden was eerder al geboren. Begonnen met het dagboek van Anne Frank, via ‘De nacht der Girondijnen’ van Jacques Presser naar Jerzy Kosinsky met zijn ‘Geverfde vogel.’ Daarna alle verhalen, die van Bloeme Emden, Marga Minco, Etty Hillesum en zo veel anderen.

                          *

Ooit stonden we met tranen in de ogen bij Yad Vashem in Jeruzalem, de foto’s, namen en leeftijden van tientallen omgebrachte Joodse kinderen echoden na in ons hoofd. 

                           *

En nu zijn we in Berlijn, de stad van Hitler’s bunker, hart van het land van waaruit de plannen voor de vernietiging van de Joods-Europese bevolkingsgroep werden gesmeed. Endlosung. Vernichtung. Duitse eufemismen voor dood en verderf. 

                           *

Het nieuwe Berlijn, zeventig jaar na het einde van de barbaarse oorlog is een stad van herinnering en nieuw elan. Nieuw elan in de Oost-Berlijnse wijken met opgeknapte hofhuizen waarin de kogel- en granaatinslagen als gaten in de tijd herinneringen levend houden. 

                          *

Gids Pieter laat ons de andere gaten in de stad zien: daar waar geen overlevenden terugkeerden in de Joodse wijk kwamen geen woonblokken terug maar ontstonden speelplekken en parkeerplaatsen. Gaten alsof de stad wisselt van melkgebit naar volwassen tanden en kiezen. 

                           *

We fietsen door de brede straten naar een, aldus Pieter, ‘enorme toeristische trekpleister.’ Het Holocaust-monument. En zoals altijd met toeristische trekpleisters zien we souvenir-winkels, restaurantjes en koffietentjes. Tegenover de strip van vermaak ligt een rechthoekig plein met betonnen blokken in verschillende hoogten en maten. 

                           *

De blokken symboliseren de weggevaagde Duits-Joodse gemeenschap, niet als groep maar als individu. Ieder blok staat op zich. Lopend door het desoriënterende blokkendoolhof voelt de bezoeker zich nietig. Tussen de rijen door aan het einde staat een rij bomen: de prachtige herfstschakeringen geven kleur aan het grijs van de blokken. 

                          *

De Berlijnse baby’s van 1945, destijds geboren in het provisorisch ingerichte ziekenhuis in de kelders van de Reichstag, zijn nu zeventig jaar. Hun ouders en grootouders, de schuldige generatie, is dood. Weg. De zeventigers, hun kinderen en kleinkinderen zijn van een andere tijd. Een tijd van samenvoeging, bewustzijn en hoop. Duitsland van Frau Merkel redt tegenwoordig de wereld: van Griekenland tot vluchteling, Duitsland opent zich.

                          *

In Prenzlauer berg, het hippe Oost-Berlijns stadsdeel wemelt het van de vaders en moeders met kinderwagens. Vrolijke bio-tentjes, alternatieve kledingzaken, een Kultur-brauerei waarin creatieve Berlijnse ondernemers voor € 10,- een vierkante meter bedrijfsruimte huren. Een theaterschool voor kinderen met Down. Een oefenruimte voor de plaatselijke drumband. Lesruimte voor de piano-juf uit de buurt. Niets herinnert aan de beklemming van na-de-oorlog. Het leeft en bruist, dit nieuwe Berlijn. 

                           *

Zonder zich te ontdoen van de geschiedenis, die overal aanwezig is, integreert Berlijn verleden met heden: het voormalige Oost-Duitse elite-woonblok staat fier in de zon recht tegenover de onooglijke parkeerplaats waaronder Hitler’s bunker zich bevond, nu volgestort met kiezels en beton. In het prachtig-opgeknapte Hofmann-hof van een van de weinige Joodse families die terugkeerden na de oorlog om een bedrijf op te bouwen, is een woonhof vol creativiteit gerealiseerd. 

                         *

Het verleden is heden zonder schuld en schaamte.

                         *

Bij terugkeer in het hotel lees ik het bericht van de dood van Frans Pointl. Deze grote, kleine schrijver is niet meer. Hij, kind van een Joodse overlevende moeder, tweede generatie-tobber, schreef zo mooi over verborgen verdriet en verlangen. ‘De kip die over de soep vloog.’ Kippensoep met zo weinig kip dat deze er vast overheen was gevlogen, aldus Frans’ dominante moeder. Frans, groot humorvol schrijver van verborgen Joods leed. Ik eindig met zijn woorden: ‘Elke avond hoop ik weg te schuifelen in de eeuwigheid.’ *

‘Schuifel zacht.’

*Frans Pointl (1933-2015)

                      ***

 

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s