Accounting principals

  
Het vrolijk leeren

Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen,

En waarom zou mij dan het leeren verveelen?

Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak.

Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken:

Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken,

‘t Is wijsheid, ‘t zijn deugden, naar welken ik haak.

Uit: ‘Kleine gedigten voor kinderen’,                             Hieronymus van Alphen (1746-1803)

Mijn benen zijn van rubber, ze liggen languit onder het zware dekbed. De zon schijnt streepjes op mijn kleding die over de stoel hangt. Luxaflex-streepjes van zon. Het zagen en timmeren buiten is begonnen. Een geruststellend geluid, het doet me denken aan thuis. Geen thuis zonder geluid van buren en buitenlui met hamers, zagen en maaiers. 

                         *

Beneden hoor ik scheuren van papier. Het koffie-apparaat maakt herrie. Zijn er broodjes gehaald? Vanwege mijn rubberen benen kan ik het bed nog niet uit. Maar als er broodjes zijn zou ik het kunnen proberen. Uit bed stappen, sokken aantrekken, mijn warme sloflaarzen, mijn fleecevest aan. Dan zou ik naar beneden gaan op de geur af van vers brood, geurige kaas, nieuw beleg. 

                         *

En nu zit ik aan tafel. Naast mij zit een kind dat zucht. Drie tentamens heeft hij volgende week en: ‘iedere docent denkt dat hij het enige vak geeft dat ertoe doet. Het is teveel.’ Zijn zus tegenover hem knikt instemmend. Ze begrijpen elkaar.

                          *

En ik? Ik denk aan vroeger, de tijd waarin ik zelf zwoegde op huiswerk. Vooral op de middelbare school drukte de last van leren, begrijpen en presteren zwaar op mij. Het was veel. En moeilijk. 

                           *

Daarna werd het gemakkelijker. De lessen op de Pedagogische Academie waren kinderlijk eenvoudig vergeleken met die van het deftige gymnasium. Ik herinner me alleen het lachen dat we deden. Lachen in die maffe klas met leuke mensen. Leraren die Ruud, Theo en Tineke heetten en er nog gewoon relaties op na hielden met leerlingen. Werkweken in België met toneel, kunst en zang. En lachen, heel veel lachen.

                           *

Wat jaren later bezocht ik de universiteit, de Vrije Universiteit. De gereformeerde universiteit waar je niets van merkte. Met een groep avondstudenten, allen verschillend maar zo gemotiveerd om snel en goed de studie af te ronden. 

                           *

Ik herinner mij dat ik belde naar de VU, het moet 1989 geweest zijn. Ik was op vakantie in Engeland, ik wilde weten wat mijn eerste cijfer was. Kon ik het nog, studeren? In de Engelse telefooncel, uitkijkend op een cricketveld met witte mannetjes, hoorde ik door de krakende hoorn mijn cijfer: een 7. Ik kon het nog en de vakantie was mooi. 

                           *

Naast mij zijn in een schriftje rijtjes cijfers opgeschreven. Zijn hoofd rust op de linkerhand. Onder het schrift ligt het boek. ‘Accounting principals’. 

‘Kijk, deze rij cijfers moet x 10, dan verschuift de derde rij naar rechts. Daarna moet ik de andere reeks cijfers daaronder zetten, ik heb geen idee waar die vandaan komen.’ Ik zucht met hem. Ik snap er ook niks van.

                          *

Buiten schijnt de zon. Ik kleed mij zo aan, dan ga ik naar buiten. Denkend aan het kind met de priegelcijfers in het schriftje. Ik hoef niet meer. Heerlijk.
                           ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s