‘Dag Puck’

  
Mijn sleutel hapert. Ik krijg de voordeur niet open dus moet ik aanbellen. Van verre hoor ik: ‘ik kom eraan!’ En ik roep door de deur: ‘Ja, oké!’

                         *

Het duurt even. Als ik met de auto aan kom rijden bij de flat zie ik mijn vaders grijze hoofd net uitsteken boven de vensterbank. Hij zit in zijn luie stoel. Daar komt hij nu met moeite uit, langzaam loopt hij naar de voordeur. Ja, daar is hij.

                          *

‘Waarom doet de sleutel het niet?’

‘Ja, dat weet ik ook niet, pa’ en ik probeer en probeer. Ik draai de sleutel een paar keer rond. ‘Ja, nu doet hij het wel. Het is raadselachtig.’ Ik loop naar binnen en kus mijn vader op zijn zachte wang. Hij is inmiddels van mijn lengte, zeker zo’n tien centimeter kleiner dan vroeger. Ik denk aan mijzelf. Hoe klein zal ik dan wel niet worden over 40 jaar? Ik grinnik en denk aan een grijs dametje van 1.50 meter dat zich met moeite uit haar luie stoel bij het raam hijst om de deur te openen. 

                            *

‘Ik heb een stuk appeltaart voor je meegenomen’ zeg ik en ik leg de taart op het aanrecht. ‘O, lekker’ zegt mijn vader, ‘wil je koffie?’

Ja, ik wil wel koffie. En nadat hij de Senseo aanzet waar mijn beker al onder klaar staat, pakt hij de taart uit het folie. ‘Ik neem zo mijn koffie’ legt hij uit. Ja, dat klopt. Vandaag ben ik vroeger dan gewoonlijk. Zijn koffie drinkt hij rond twaalf uur en het is nu pas tien uur. Het taartje vindt hij te lekker om te laten staan dus dat neemt hij wel. ‘Heb je suiker en melk in je koffie?’ ‘Ja, een heel klein beetje suiker en een scheut melk. Wacht, ik doe het zelf wel.’ 

‘Deze doet het weer, ik heb hem helemaal schoongemaakt’ en mijn vader geeft de suikerpot aan die ik ken uit mijn jeugd. Een zilverkleurige, gesloten pot met een lus waar je wijsvinger doorheen gaat. Je drukt met je duim kort het knopje in. Snel heen en terug. Een scheutje suiker ontsnapt aan het tuitje. En ik voel mij het kind dat ik ooit was.

                        *

In de kamer vertelt Viggo Waas over zijn dwangneuroses. Zijn stem schalt door de kamer. ‘Ja, dat kijk ik altijd ‘s ochtends. WNL. Dat is een heel interessant programma’, zegt mijn vader. We kijken samen even door. Het programma is afgelopen en de reclame tettert door de kamer. ‘Ik zet hem maar uit’, zegt mijn vader en plotseling is het stil. Buiten valt de zoveelste hagelbui. We staren beiden door het betraande raam naar de overkant.

                          *

‘Ze zijn nu allemaal met de auto’, zegt mijn vader. Even weet ik niet waar hij het over heeft. Ik volg zijn blik. De bezoekers van de kerk. Zij zijn met de auto. ‘Ja, het weer is te slecht om te lopen. Iedereen gaat nu met de auto.’

‘Er kan ook een begrafenis zijn. Kijk eens hoe druk het is. Jij bent nu toch ook met de auto?’

‘Ja, ik ben ook met de auto.’

                         *

En opeens schiet mij mijn droom van vannacht te binnen. Ik ben op bezoek bij mijn vader. Hij loopt mij in de huiskamer tegemoet. Hij zegt wat, ik antwoord en hij valt. Hij valt zomaar op de grond. Op de nephouten marmoleumvloer. Ik ren naar hem toe. Ik kniel, pak zijn hand en vraag aan hem: ‘pa, wat wil je? Wil je gaan? Of wil je dat ik 112 bel?’ Hij kijkt mij met grote ogen aan. Bruin zijn ze, net als die van mij. Wijdopen. Hij geeft geen antwoord maar kijkt. Naar mij. Zijn hand vast en droog in de mijne. 

                         *

‘Nu wil ik wakker worden.’ Mijn wil wijzigt de droom naar halfslaap die snel verandert in klaarwakker zijn. Mijn ogen zijn wijdopen, het is warm. Mijn lijf is warm, weg het dekbed, mijn vader, wat wil hij?

                           *

In de krant las ik een interview met schrijfster Annejet van der Zijl. Zij schreef dit jaar een biografie over een pittige dame, ‘De Amerikaanse prinses’, – een vrouw die vijf mannen en drie kinderen verloor, – en zij zelf verloor dit jaar haar vader. ‘Aan het einde van zijn telefoontjes zei mijn vader altijd ‘dag poppie’. En dan zei ik: ‘dag pappie.’ Dat is weg.’ 

                             *

‘Dag Puck’, zegt mijn vader bij het weggaan, ‘gezellig dat je er was.’

‘Dag pa, tot dinsdag’, zeg ik.

                         ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s