Schathemeltjerijk

  Lopen langs de lijnen van de tijd. Met de rechterhand houden we het ruwe touw vast van de wiebelende loopbrug en wandelen we van vandaag naar morgen. Gisteren ligt achter ons. 

                         *

Onze bestemming is nog geen stip op de horizon, een vage contour die zich aftekent en je knijpt je ogen dicht tegen de felle zon. Gisteren en eergisteren verplaatste je nog wat obstakels op je pad, hele stukken liepen lekker door en soms, na een scherpe bocht, verraste een prachtig vergezicht. 

                           *

Het werd donker en na wat tastend doorlopen en struikelend over onzichtbare stenen sloeg je uiteindelijk haringen met een houten hamer in de rotsige grond. En je sliep, opgekruld in het tentje, omhuld door een warme slaapzak. Dons tegen je wang, geluiden in de verte als muziek van een onbekende zender uit een radio die zachtjes aanstaat.

                           *

Nu wankel je boven het ravijn. Als je durft kijk je naar beneden en je ziet de rijke begroeiing, vingervormige varens en palmen met ananasachtige stammen. Smal, snelstromend water slingert zich schuimend door de diepten. 

                          *

Hoe baan ik mijn weg door de tijd? Het is als een tocht door een onbekende natuur: onberekenbaar, mooi, spannend en vol hindernissen. De afgelopen week schalde naast de afgekloven Top 2000 nummers uit de radio: ‘HOE WORD JE SCHATHEMELTJERIJK?’ Een reclame van de Triodos-bank, over rijkdom. Onderzoeken naar geluk komen voorbij in krant en tijdschrift.

                         *

Rijkdom en geluk. En de betekenis ervan voor het aflopen van het pad, die mooie, soms hobbelige, dan weer onneembaar lijkende weg waarlangs we wandelen, struikelen en soms heerlijk slenteren.

                           *

Laatst at ik met mijn in Amsterdam bivakkerende 18-jarige zoon. Mijn meestal nogal zwijgzame kind zat tegenover mij. Op enig moment was hij op mijn pad gekomen. Ik raapte hem verwonderd op, een klein en rood manneke. 18 jaar wandelen we, lopen we samen op. 

                          *

Tijdens het eten vraagt hij:

‘Hoe was oma Cootje eigenlijk?’ En ik vertel hem over oma Cootje. Over wie zij was. 

‘Praten Barry en jij wel eens over Ige?’ En ik vertel dat wij dat doen.

‘Heeft Ids bewust Ige’s dood meegemaakt?’ En ik kan dat alleen maar bevestigen. Het kleine broertje van Ige praat nog regelmatig over zijn grote broer. Die hij mist. En ik vertel mijn kind dat even oud is, was als Ige – die stierf toen hij dertien was – dat zijn kleine broertje graag optrekt met grote jongens. Jongens als zijn broer.

‘Ige was een aardige, slimme jongen’, herinnert mijn zoon zich de zoon van mijn vriendin.

‘Jullie speelden altijd leuk met elkaar. Eindelijk deed jij ook eens wat met LEGO als je bij hem was.’ Ik glimlach bij de herinnering.

                           *

Gisteren haalde ik mijn meisje op die de middag met haar opa doorbracht. Ze draagt haar nieuwe, blauwe trui. Daarboven wapperen blonde haren en ik zie blauwe ogen hetzelfde blauw als de trui. 

‘Opa liep erg slecht vandaag’, meldt mijn kind. ‘Hij kwam haast niet vooruit. Hij struikelde een paar keer in de Deka en viel bijna bij van Maanen van het trappetje.’

                            *

Glunderend vertelde mijn vader de dag ervoor dat hij woensdag – als mijn dochter kwam – hij haar zou meenemen naar bakker van Maanen voor thee met een taartje.

‘Ze weet het nog niet.’ Mijn vader’s ogen glimmen. Hij gaat met zijn kleindochter boodschappen doen en gezellig iets drinken. 

                           *

Gisteren zei mijn man: ‘Ik moest vanochtend even een boodschap doen in Hillegom. Ik zag een leuke vrouw onderweg.’ Ik kijk hem lachend aan en laat alle leuke vrouwen uit de omgeving de revue passeren. Mij maakt hij niet gek. De leukste is net verhuisd. Zij kan het niet zijn. 

                           *

‘Ze fietste en had een kek, rood jasje aan. Echt een mooie vrouw.’

Weer kijk ik hem aan. ‘s Ochtends fietste ik naar Lisse. Voor de verandering eens niet langs de Leidsevaart maar door ons buurdorp Hillegom. Ik wilde weer eens de weg fietsen van toen. Toen ik de kinderen naar school bracht, de Veenenburgerlaan op zwenkte en naar het werk fietste door bontgekleurde velden in de zomer, kale in de winter. Vanochtend droeg ik mijn rode bomberjackje.

‘Haha, was ik het?!’ En ja, ik was het. Ik word er verlegen van. Hij meent het.

                          *

Het mooiste boek dat ik las in 2015 was Stadium 4, over een echtpaar dat tijdens een reis naar hun geliefde Zweden afscheid van elkaar neemt. De vrouw heeft kanker, het is hun laatste reis. Een verhaal over de liefde.

De mooiste film van 2015 was Son of Saul. Over een Sonder-kommando in Auschwitz die in een onbegrijpelijk inferno zijn zoon een fatsoenlijke begrafenis wil geven. Een film over de liefde.

                            *

Ik loop over de wiebelbrug. Met mijn gezicht in de zon, mijn vingertoppen raken het ruwe touw, het kriebelt, en ik kijk naar het groen, het stromende water, de onzichtbare verte. Schathemeltjerijk.

                         

                         ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s