Sloom

  
Na een comateuze wintersport-slaap zie ik door de open streep tussen de gordijnen een strookje berg met besneeuwde dennen, daarboven een diepblauwe lucht. Kaiserwetter in Les portes du soleil. Het uitzicht dwingt tot handelen, dat is waar een wintersportvakantie sowieso uit bestaat: veel, heel veel handelingen. 

                         *

Ook afzien, – soms een beetje, soms wat meer, – is een ingrediënt. Dit keer bestaat het afzien uit een verrekte spier in het onderbeen, veroorzaakt door een buiteling op de eerste ski-dag in de poedersneeuw na een overmoedige aanzet tot een snelle afdaling. 

                         *

‘Gaat het?’, vraagt de zoon die lacht om zijn besuikerde moeder die hij nog nooit zag vallen maar die nu zelfs haar ski kwijtraakt en nog een keer onhandig wegglijdt op één ski en één schoen. ‘Ja hoor!’, roep ik blijmoedig en ik voel mij als het schoolkind dat ooit op haar knie viel, om zich heen keek of iemand de val had gezien en manmoedig opstond. ‘Niks aan de hand!’ En met een bebloede knie liep het kind verder, de pijn verbijtend tot thuis, tot na de dichtgeslagen voordeur.

                         *

En alles leek verder goed te gaan na de val op twee beknelde grote tenen na, maar de lieve man in de sportwinkel had onze voeten opgemeten en daar was toch echt deze maat schoen uitgekomen. Doorzetten maar.
                           *

‘s Avonds blijkt de schade een manke tred vanwege de verrekte spier en twee blauw-kleurende grote-teennagels. ‘Mijn schoenen zijn te klein’, mopper ik en mijn zoon trekt zijn wenkbrauwen op. ‘Altijd wat’, zeggen de wenkbrauwen en ik houd op met zeuren. De wintersport-coma slaat toe en ondanks de verrekte spier en blauwe tenen slaap ik diep en droom ik mooie dromen. 

                         *

Ik ga over tot handelen, de dag is te mooi. Ik strompel naar de badkamer en weer terug naar de kledingkast voor het aantrekken van alle laagjes: hemd, shirt, trui, skisokken en de skibroek. Ik pak de rugzak in: zonnebrand, handschoenen, water, een skibril en een boek want met die tenen en de onwillige spier…wellicht is even lezen op een terras vandaag zo gek nog niet.

                          *

In het wonderschone ski-gebied van Pré la joux is het mooi maar koud: we rillen in de stoeltjeslift ondanks al onze laagjes. Het vriest en een snijdende wind waait door al onze hemdjes en shirtjes heen. We zitten doodstil in de zwevende stoeltjes. Van de reuzendennen waait een mist van sneeuw het dal in. Een mager zonnetje probeert de wolken te verdrijven en ik moedig haar aan. Met zon zal de bittere kou beter te verdragen zijn. 

                         *

Nu is het van belang warm te worden door vlot naar beneden te skiën en dat doen we. Iets voorzichtiger door de val, de onwillige spier en de blauwe tenen ski ik naar beneden. Zo nu en dan sta ik stil. Dan staar ik naar de dennen met de dikke lagen sneeuw. De zon die nu echt doorkomt en het oudere echtpaar dat rustig voorbij skiet. Hij wacht halverwege de berg op zijn vrouw, ik zie het. Dan skiën ze samen verder. Lief.

                         *

De fel-oranje broek van mijn kind is uit het zicht. Ik moet gaan. En rustig ski ik naar beneden. ‘Mam, wat ski je sloom. Ik wacht hier al heel lang.’ Ik kijk hem aan. Slungel van 18. Zijn ogen staan helder in zijn nog wat bleke gezicht. Hij geniet van het skiën, het buiten zijn. Thuis ligt hij veel en graag op bed. Hier is hij actief en fanatiek. Thuis is hij langzaam en…eh sloom. Maar dat zeg ik niet. Dat denk ik.

                        *

‘Ik ga zo even op een terras zitten lezen’, zeg ik. ‘Dan ga je even alleen skiën in je eigen tempo.’ Op het terras zit ik met mijn boek uit de wind in de winterzon. Ik lees. En ik kijk. Op het hek landt een vogeltje. Een kwiek geval, het hipt heen en weer, net naast de sneeuwlaag op het hek. Ja, ik word sloom met skiën. Langzamer. Meer spierpijn. Blauwe tenen. 35 jaar verschil, het is niet te ontkennen, het lijf wordt ouder. Ik denk aan mijn vader. Een jonge geest in een 94-jarig lichaam. Hij wil veel en doet veel. Ik wil ook veel en doe veel. Maar toch.., het wordt anders. Minder. Niet minder goed, maar anders goed. Een ouder echtpaar op ski’s. Een vogeltje op een besneeuwd hek. Zon op de reuzendennen. 
                         *

Sloom. Het is even wennen.
                        ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s