Emotiewerk

  Trouw, woensdag 9 maart 2016

Op het bankje in de zon zitten twee dames van de Trouw-lezersgroep. Ze genieten. Hun ogen zijn dicht. Als het poezen waren konden we ze horen spinnen. De groep zeventigers die samen met ons en een ander stel in dit berghotel verblijven dankt hun naam aan het feit dat ze dagblad Trouw lezen. Daar praten ze over. Een van de heren bekende laatst bij het diner soms een uitstapje naar de Volkskrant te maken: ‘Maar dat is een flink linkse krant’, meende het soms on-Trouwe heertje. 
                         *

De Trouw-groep bestaat uit vijf mannen en zes vrouwen. De mannen skiën, de vrouwen wandelen en zitten op het bankje naast het hotel in de zon. Ze drinken koffie, lezen wat en ‘s ochtends aan het ontbijt wordt druk overlegd wie wat doet en wie wanneer wie wegbrengt met de auto naar de gondel, het wandel-startpunt, het dorp verderop.

                         *

‘Kan jij ons zo rijden?’, vraagt een heer uit de groep aan een forse dame. ‘Dan rijden we vandaag met drie auto’s.’

De forse dame antwoordt ferm: ‘ik zeg het maar eerlijk, ik vind het eng om te rijden, vooral die laatste bocht. Ja, ik zeg het maar eerlijk’, herhaalt ze. Het wordt even stil. Maar iedereen begrijpt het en al rap vindt de groep een oplossing voor het rijprobleem. De heren stappen op om zich klaar te maken voor de ski-tocht, de dames drinken nog een kopje koffie.

‘Wat een heerlijke koffie, he?’, zegt de dame aan het hoofd van de tafel. Wij hebben ontdekt dat zij de vrouw is zonder man. De anderen beamen dat de koffie heerlijk is.

                           *

Ik neem ook nog maar een slok van de inderdaad heerlijke koffie en ik vraag mij af of ik nog een gekookt eitje zal pakken. Of een bakje joghurt met muesli en een gepeld mandarijntje. Die zijn ook lekker, de mandarijntjes.

                         *

Ik kijk naar de forse dame die het rijden hier in de bergen eng vindt en he, zie ik het goed? De dame huilt. Dikke tranen glijden over haar bolle wangen naar beneden. Ze trekt haar schouders onder de wollen poncho onhoog. De dame naast haar vraagt: ‘Wat is er Jenneke?’ Jenneke! Dat is een passende naam voor de poncho-dame. Jenneke snikt’ ‘Ik vind het zo vervelend dat ik alles in de war schop omdat ik niet durf te rijden. Ik voel me zo schuldig.’ 

                         *

Nou breekt mijn klomp. Het kwam er juist zo ferm uit: ‘Ik zeg het maar eerlijk, ik durf hier niet te rijden.’ Zo duidelijk en kordaat. En nu wordt alles teniet gedaan door tranen en schuldgevoel. 

‘Dat is toch helemaal niet erg?’, troost de dame naast haar en ze slaat een arm om haar snikkende buurvrouw heen. ‘Het is toch allemaal opgelost?’

‘Jaha’, hikt de vrouw, ‘maar toch voel ik me er heel rot over.’ 

                         *

Ik ga toch maar voor een eitje. Ik loop naar de grote buffetkast waar twee mandjes op staan met eieren: ‘oeufs durs’ staat op het bordje bij het rechter-mandje. Ik kies een ei uit het linkermandje. Daarin liggen de zachte eitjes, de ‘oeufs mollets.’ 

                         *

Ik knipoog naar mijn zoon, die een hap neemt van zijn tweede croissantje. We genieten nog even na van het ontbijt, kijken naar het dikke pak sneeuw buiten en we zien door onze oogharen de felle zon die de bergtoppen als witte piramides doet schitteren.

                         *

De vrouwen zijn klaar met de koffie, het brood en de eitjes. Ze stappen op. Even later zien we ze in ganzenpas voorbij het raam lopen met in hun handen de onvermijdelijke nordic-walking-wandelstokken. 

                         *

En het is waar. Het stond ‘s ochtends in de krant, in Trouw. Vrouwen zijn emotiewerkers. Tijd-en energievretende emoties die nergens toe dienen verpesten een deel van de vrije tijd van vrouwen. De Trouw-mannen skiën lekker al een uurtje zorgeloos rond in het hagelwitte landschap. Niks geen last van tranen en schuldgevoelens. 

                        *

‘Snap je dat nou?’, vraagt mijn zoon. ‘Wat een onzin dat je huilt omdat je niet wil rijden.’ 

Nee, ik snap dat niet. Nou ja, een beetje schuldgevoel is mij niet onbekend. Maar het is zo zinloos. ‘Kom joh, we gaan lekker skiën!’, zeg ik en ik hijs mijn verstijfde lichaam uit de stoel. Niet denkend aan het werk, de mail, de gemiste afspraken, mijn man die thuisbleef, mijn dochter die hem ongevraagd gezelschap houdt, de poezen, of zij genoeg geaaid worden en gekamd…Wat zullen ze eten, mijn man en dochter, vanavond? 

‘Kom je nou?’, vraagt mijn zoon. ‘Ja, ik kom’, mompel ik.  

                         *

En ik denk niks meer. Niks.  

                       ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s