Pardon 

Het is warm op het Place des Vosges. Het plein van fijngemalen kiezels licht op als een vanille-ijsje in de zon. Zachte lijnen van licht schijnen door de platanen en trekken brede strepen op het grind. 

                            *

Deze Hemelvaartsdag brengt ook in Frankrijk mooi weer met zich mee. Stelletjes, groepen jongeren en ouders met kinderen bivakkeren op het grasveld midden op het plein. In de vijver spelen kinderen met hoog opgetrokken broekspijpen, de randen van jurkjes worden nat.

                             *

Wij zitten op een bankje in de schaduw van de bomen. Voor ons loopt een tweejarig jongetje. Een compact lijfje, zijn rode haar steekt af tegen zijn witte gezicht. Hij schopt het grind voor zich uit dat opstuift voor zijn voeten. Hij pakt een handje van het spul en gooit het in de lucht. Het fijne stof komt tegen ons aan. Mijn dochter trekt haar benen op en zegt: ‘Gatver’. 

                            *

Achter het jongetje lopen zijn vader en zusje. De vader heeft van dat brosse haar, roodblond. Zachte ogen kijken door een rond brilletje. Hij grijpt in.

‘Dis pardon’, zegt hij tegen het kind, terwijl hij ons verontschuldigend aankijkt. Het kind kijkt op. ‘Dis pardon’, herhaalt de man, dwingender nu. Het kind kijkt naar de grond en naar zijn hand waar zojuist dat mooie, stoffige gruis uit viel. 

‘Non’, zegt het jongetje ferm.

Wij moeten lachen. Maar we kijken het jongetje aan, de vader netjes bijstaand in de opvoeding.

                           *

Het kind kijkt op naar zijn vader. Zijn zusje kijkt vol spanning toe. Een smal lachje op haar gezicht. Zou haar broertje luisteren? 

De zoon ziet dat het zijn vader ernst is. Hij komt er niet mee weg. We kijken elkaar aan, de stilte wordt groter en groter.

                             *

‘Pardon’, horen wij heel zacht maar hoorbaar in het vacuüm tussen ons en het jongetje. Het kind kijkt naar de grond en heel even, onder zijn oogharen door, naar ons.

‘Tres bien’, zegt de vader opgelucht en wij lachen hen hartelijk toe. Het zusje lacht ook. Ze huppelt verder. Even later zien we het jongetje, geholpen door zijn vader, lopen op de ijzeren boogjes die het gras afscheiden van het grind. Zijn witte beentjes geven licht in de middagzon. 

                             *

Als we teruglopen naar het hotel constateert mijn kind met enige verbazing: ‘Franse kinderen worden nog gewoon opgevoed. In Nederland zegt nooit iemand tegen zijn kind dat het sorry moet zeggen. Ik heb zo vaak zand over mij heen gegooid gekregen op het strand. Nooit zei iemand er wat van.’

                          *

We lopen langs een speelpleintje. Kinderen spelen onder het oog van hun ouders op de verouderde klimrekken. 

‘Je hoort ze ook niet gillen en schreeuwen’, zegt mijn dochter. ‘Ze spelen gewoon.’

                            *

Franse kinderen spelen. Ze hebben plezier. Ze blijven tijdens het eten zitten op hun stoelen in het restaurant bij de botanische tuin. Ze tekenen op een placemat en kijken om zich heen. Ze eten hun eten op alsof het lekker is. Hun ouders converseren en eten zelf ook. Ze hebben aandacht voor hun kinderen – ze voeren hen hapjes en spreken tegen ze – maar ze hebben ook oog voor elkaar. 

                           *

Het is wonderlijk maar fijn. Waar we thuis kinder-restaurants vermijden vinden we het hier geen probleem dat er kinderen zijn. Ze gillen niet, schreeuwen niet, ze rennen niet rond, maar ze tekenen en eten en zitten. En dit geldt voor alle Franse kinderen: zwart, lichtbruin, donkerbruin en wit. We zagen zelfs twee flirtende baby’s, – een witte prinses Charlotte en een half-Afrikaanse schoonheid – op een zonnig terras in Quartier Latin.

                            *

Place des Vosges. Jardin des Plantes. Overal lieve kinderen. Sommigen bieden na enig aarzelen zelfs excuses aan voor wat omhooggegooid gruis.

                             *

Ik denk aan een programma waar ik laatst in zapte, over opvoeden in Nederland. Een echtpaar vertelt over hun puberzoon die verveeld op de achtergrond hangt, zijn benen half op de grond, zijn lijf op de bank.

‘Wat voor een straf geven jullie dan, als hij de regels overtreedt?’, is de vraag van de interviewer.

De ouders kijken elkaar aan. Je ziet dat ze het niet weten. Hun prinsje ligt op de achtergrond te chillen. 

‘Tja,’ zegt de vader. ‘Laatst heb ik zijn auto verkocht. Hij kan nu dus niet meer rijden en moet alles op de scooter doen.’

De moeder kijkt verlegen naar haar man, dan naar de camera. 

‘Maar meestal straffen we niet. Liever niet’, zegt ze.

                             *

Gauw deed ik de televisie uit. 

Het geheim van opvoeden werd daar ontsluierd, op het Place des Vosges. Omhooggegooid gruis, ‘Dis pardon’ en daarna over ijzeren boogjes lopen met jouw hand in de stevige hand van je vader. C’est ca. 

                           ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s