Klusje

AFDALING OP KLAARLICHTE DAG 

 Je ziet hoe het gebeurt

het is klaarlichte dag – en het 

gebeurt

voor je ogen zie je hoe het lichaam 

van een man levend afdaalt in de 

aarde.

 

Het is heel licht, het is van dat 

hevige verzadigde zomer-licht 

waarin je weer even ziet: ja dit

dit was het landschap

hemel en aarde verbonden door 

grasgroene bomen.

 

Lichaam, denk ik, als je mijn eigen 

lichaam bent

waar heb je me gevonden

waar breng je me heen

waar laat je me gaan

 

en wat is het in dat hoofd van mij

angst of verlangen, weerzien of 

afscheid

voor aarde, van aarde, naar aarde.

Rutger Kopland  (1934-2012)

Mijn vader komt mij tegemoet met een hamer in zijn hand. ‘Niet dichtdoen! Niet dichtdoen!’ roept hij terwijl hij door de gang strompelt. Hij bedoelt dat ik de voordeur die open staat niet dicht moet doen. Ik loop langs mijn vader en leg de haringen naast de geroosterde boterham in de keuken. Dan loop ik terug, de gang in.

                             *

Mijn vader bukt bij de deuropening. 

‘Kijk, dit zit los’, zegt hij met een gezicht rood van inspanning. Mijn vader wijst mij op een loszittend latje waartegen de deur rust als hij dicht is. 

‘Ik kwam er gisteren niet in!’, zegt hij. ‘Het zit gewoon los. Hoe dat kan weet ik niet.’

                           *

Langzaam komt hij overeind met de hamer in zijn hand. 

‘Kan jij het doen?’, vraagt hij. ‘Ik kan niet zo diep bukken.’

‘Ja, natuurlijk’, antwoord ik en ik pak de hamer. Ik kan mij niet heugen dat ik een hamer in mijn hand had. Drie kleine spijkertjes liggen op de grond. Weer bukt mijn vader. 

‘Daar moeten ze in, je ziet drie gaatjes, zegt hij.

‘Ja, ik zie ze’, antwoord ik. 

                          *

Mijn vaders gezicht hangt boven mij. Met argusogen bekijkt hij mijn eerste tikken met de hamer. Het spijkertje verdwijnt langzaam in de deurlat. Ik denk opeens aan Hamertje Tik. Houten figuurtjes in kleurrijke patronen op een plankje timmeren. Een spijkertje dat precies in een gaatje past. Met rode vierkantjes en blauwe driehoekjes, gele rondjes. Je kon er de leukste poppetjes mee maken. Of een huisje.

                         *

‘Zo, nou kan ik het wel weer’, zegt mijn vader zodra ik de onderste spijker diep in het hout geslagen heb. Hij staat op het punt de hamer uit mijn hand te pakken.

‘Nee joh, ik doe ze alledrie wel.’ Mijn vader volgt precies mijn bewegingen. Ik timmer er lekker op los.

                         *

De onmacht hangt vlak boven mij. De onmacht van niet meer een spijkertje in een stuk hout kunnen slaan. Een onwillig lijf dat stijf en onbuigzaam is. Wel willen, maar niet kunnen.

Als ik klaar ben sluit mijn vader voorzichtig de deur.

‘Ja, zo zit het goed.’ Mijn vader is tevreden. Hij sloft naar de keuken om zijn boterham te smeren.

                         *

‘Ik heb wel acht dagen geen t.v. kunnen kijken’, zegt hij.

‘Acht dagen geen t.v.?’, zeg ik verbaasd. Het enige dat hij echt leuk vindt, naast tijdschriften lezen, is t.v. kijken. De laatste weken staat de t.v. altijd aan als ik kom. Buitenhof, sport, het journaal, onbenullige series, Koffietijd, alles kijkt mijn vader.

                         *

In de t.v. gids staan rondjes om de programma’s die hem interessant lijken: kriskras door alle zenders heen staan beverige kringeltjes. En nu keek hij meer dan een week geen t.v.
‘Ik heb veel gelezen’, zegt mijn vader en hij wijst op de stapel gidsen en tijdschriften die hij las.

‘Ook zat ik veel achter de computer.’ De 94-jarige kocht twee jaar geleden een Apple-computer. ‘Veel ingewikkelder dan een gewone.’ zei hij. Maar nu is hij eraan gewend en leest hij alle mails, ook de spam en reclame-mails worden gespeld.

                          *

‘Ik heb nu een leen-t.v.’, zegt mijn vader, ‘Een waardeloos ding. Ik moest een knopje induwen en dan zou hij het doen. Maar dat was niet zo. Hij deed het niet. Vanochtend kreeg ik eindelijk iemand te pakken. Het bleek dat ik een ander knopje moest indrukken. En nu pas doet ie het weer.’

                           *

Ik luister. Intussen kijken we voor de tweede keer naar het journaal. 

Bij het eerste item dat we suffig nogmaals kijken zegt mijn vader dat we dat al gezien hebben. Daarna zapt hij naar een programma waarin Katja Schuurman iets onduidelijks doet met een breekijzer. Ik denk aan morgen. Dan moet ik solliciteren.

                            *

‘Morgen moet ik solliciteren’, zeg ik.

‘Solliciteren?’, vraagt mijn vader aan wie ik al vaak vertelde over de ambtelijke fusie.

‘Ja, morgen’, zeg ik.

‘Zijn jullie daar nou nog niet klaar mee?’, vraagt mijn vader.

‘Nee en morgen solliciteer ik’, zeg ik.

‘Nou, hier is niets aan’, zegt mijn vader, ‘Nu zet ik de t.v. uit.’

                        *

We kijken beiden voor ons uit. Het is stil zo, zonder Katja Schuurman. Ik denk aan morgen. Het is toch spannender dan ik dacht, zo’n sollicitatie. 

‘Als mijn t.v. niet meer gemaakt kan worden dan heb ik al een nieuwe op het oog’, mijmert mijn vader, ‘Een Samsung.’

                          *

Ik kijk naar buiten. Zomerbomen waaien in de wind als uit de hand gelopen palmen op een eiland, ver, ver weg. 
‘Het wordt mooi weer’, zegt mijn vader.

‘Het is heerlijk buiten’, antwoord ik.

                          ***
 

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s