Hond


Als kleurrijke snoepjes hangen de vliegers van kite-surfers in de lucht. Bruinverbrande mannen en een enkele vrouw staan schuin op puntige plankjes, ze laten streepjes wit achter in het water als CO2-lijnen van vliegtuigen in de lucht. 

                          *

Een straffe wind waait over het eiland. Haren waaien voortdurend op en dat is wat je proeft, zilte sliertjes op je lippen als uiteengerafelde zoute dropveters. 

                         *

Flarden van gedachten, woorden en zinnen schuiven in mijn hoofd als letters van scrabble op houten houdertjes, voortdurend wisselende combinaties totdat het goede woord, de goede zin verschijnt. 

                         *

Ik zag een hondje met aan zijn halsband een groene waslijn. Een smal dier met een bruine rug. Ruwig haar en ogen die van de een naar de ander kijken. Hij snuffelt rond in de ruimte die de lijn hem toestaat. 
Zijn baasje – een vrouw, meisje nog – vraagt of ik het hondje wil hebben. De man van het lunchtentje lacht zijn tanden bloot: ‘It will cost you three crêpes en three coffee.’ De man heeft een stem als de zanger van The Elephant Song, zwaar en donker.

                           *

‘You have a beautiful voice’, zei ik de dag ervoor tegen hem. We aten een broodje daar, in het restaurantje aan de weg met in iedere hoek van het terras een stamgast. De man schrok en begreep het niet. ‘Your voice, it’s beautiful.’ Ik hoopte dat hij het snapte. En ja, ‘If the music goes to the right, my voice goes to the left. I can’t sing.’ Ik lachte. 

                         *

Op het strand wappert overal wat: een handdoek, de geschulpte randen van een parasol, een bikini-touwtje. Verderop ligt een eiland, ooit ontstaan uit gloeiend steen dat vanuit de aardholte naar boven stulpte als een puist op een gladde huid. In de kalme zee ligt het land, onbeweeglijk als een lang, geschubd dier. 

                           *

De hond kijkt naar mij. Zijn ogen flitsen niet meer weg van de een naar de ander. 

‘I found her, she needs vaccination, then you can take her’, vertelt het baasje, een meisje nog. Zij heeft lang, blond haar dat wappert in de wind. In haar hand ligt losjes het uiteinde van de groene waslijn.

                          *

Ik neem hem niet mee. De hond snuffelt rond in de ruimte die de lijn hem toestaat. Zijn stugge haren waaien schuin op in de wind. ‘Hij is een zij’, denk ik. En ik hoop dat ze verdampt in mijn gedachten als strepen in de zee, lijnen in de lucht.

                           

                         ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s