Zaza


‘Lig je lekker Zaza?’, riep hij.

Zaza lag in een lucifersdoosje met watten. ‘Prima!’, riep hij met z’n hele kleine kakkerlakkenstem.

Uit Pluk van de Petteflet, A.M.G. Schmidt (1911-1995)



In het vakantiehuis zijn kakkerlakken. ‘s Avonds komen ze tevoorschijn. Ik zie er opeens een lopen op de stenen vloer van de slaapkamer. Bij het stukslaan van het gruwelijke insect door mijn dappere man sla ik mijn beide handen om mijn oren. In gedachten hoor ik het kraken van het zwarte schildje. In verband met de eitjes die het vrouwtje met zich meedraagt mag je ze niet doodslaan. Maar wat moeten we? Het is 23.13 uur, de eigenaar van het huis slaapt, wij moeten slapen en met een kakkerlak naast het bed lukt dat niet. 

                        *

‘Daar zit er nog een’, zegt mijn man en met zijn slipper slaat hij ook die dood. 

                         *

We slapen in het bed-met-klamboe, de ventilator staat aan, ze kunnen niet tegen tocht, kakkerlakken. Dat lazen we op internet, om 23.32 uur. Vandaar de ventilator, gericht op de plek waar de beestjes vandaan kwamen. Morgen bellen we de eigenaar van het huis. Ik ben benieuwd wat hij doet, het is vast een hardnekkig probleem. En vannacht kunnen we niet plassen. Misschien morgenochtend weer, als het licht achter het gordijn schijnt, de haan kraait, de honden blaffen.

                         *

‘s Ochtends om 8.35 uur belt mijn man Laurent, de eigenaar van het huis. ‘Hello Laurent, with Raymond from number six’, hoor ik en ik lach. Ons huisje, dat gewoon in een woonwijk staat van het ietwat vervallen plaatsje El Roque, heeft als huisnummer zes. En omdat er al diverse mankementen waren – een weigerachtige oven, t.v. en vaatwasser-, belden we al vaker met Laurent. Hij zal zijn buik wel vol hebben van ‘number six.’

                        *

Laurent zegt toe dat hij om 12.00 uur komt, maar hij staat om 9.00 uur al voor de deur. Gewapend met spuitbussen en een paar tubes met een spits tuutje komt hij binnen op de voet gevolgd door zijn maatje die al een keer eerder het zwembad reinigde. Laurent is het evenbeeld van Kevin uit de Netflix-serie ‘Bloodline’: een surfboy op leeftijd met een wilde, blonde haardos, zonnebril met gekleurde glazen, bermuda, losjes hangend shirt en teenslippers. Het zwembad-maatje lijkt op Derk Sauer, de Russisch-Nederlandse media-ondernemer. Ik grinnik om de bizarre combinatie.

                           *

Kevin en Derk lopen speurend in en om het huis; zij spuiten gif in kieren en gaten: ‘zee will zurely dai wieth diez’, aldus de Franse Laurent die Engels spreekt. Een omgekeerde versie van ‘Allo, allo’. 

‘And if zee don’t, you call me ageen’, zegt Laurent. 

                         *

Verder is het hier rustig, de zon schijnt, de wind waait en op het strandje dat we laatst ontdekten staan ligstoelen die maar € 3,- kosten. 

‘In Europe you don’t find a place like this with chairs for € 3,-‘, aldus de lieve strandjongen van wie we de dag daarop mogen komen betalen vanwege een tekort aan cash geld. ‘You bring the money to me tomorrow’, zegt hij en hij lacht zijn stralende lach. Ook dat vind je nergens meer op de Europese stranden. Vertrouwen en vriendelijkheid.

                           *

‘s Avonds stijgt de spanning in ons huis. Kakkerlakken houden van warmte en avond. Het is warm in huis -‘Niet de deuren openzetten dan lopen ze zo naar binnen!’, aldus een panisch kind,- en donker is het ook. Buiten pikkedonker, binnen mag maar een lichtje aan want ‘Muggen komen op licht af, geen licht aandoen!’. Tastend in het duister zoeken we onze bedden op. Ik val al bijna in slaap als ik paniek hoor. ‘Pap-pap-pap!’ en dat steeds harder en dwingender. Pap zoekt zijn weg door de klamboe die provisorisch bijeengehouden wordt met een wasknijper. Ik hoor gegil, een deur die dichtslaat.

                         *

Ik slaap voorzover dat lukt in een bed met een krappe klamboe in een slaapkamer met dichte ramen en deuren. De volgende dag hoor ik het verhaal van de dichtslaande deur: ‘We deden de deur even open – heel even maar – het was zo warm…er kwamen gelijk twee kakkerlakken op onze slaapkamer af. We sloegen gauw de deur dicht, maar de hele nacht hoorde ik geritsel van zo’ n beest.’ Mijn dochter kijkt mij aan. Haar blauwe ogen staan op afgrijzen. ‘En mam, vanochtend keken we en er zat er een tussen de deur klem. Dat hoorden we natuurlijk vannacht.’

‘Ach, wat zielig’, zeg ik.

‘Zielig!, antwoordt mijn kind, haar ogen sproeien vuur. 

‘Mam, niks zielig, ze zijn zo smerig die beesten.’ En direct daarop:

‘Pap, pap, je moet even kijken hoor, misschien zijn er nu eitjes achtergebleven in de deuropening en die moeten ook weg.’ Pap sjokt naar de slaapkamer, naar de onzichtbare eitjes van de niet-zielige, dode kakkerlak.

                           *

En ik denk aan Zaza, de kakkerlak. Dat waren nog eens tijden. Geen associaties met griezelige insecten waar onzichtbare eitjes uit vallen, geen bij-gedachten aan een voetballer met een maffe tatoeage op de buik die penalty’s neemt als een vogel die zijn pootjes een voor een hoog optilt alsof hij op eieren loopt.

                             *

Wat at hij ook alweer het liefst, Zaza?

                           ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s