De gids


Het is zomer. Columnisten die ertoe doen zijn op vakantie. Wim Boevink, Gerbrand Bakker, ze zijn er niet. Het is zomer en als ik mijn Ipad rechtop zet in het handige hoesje met opzetstuk krijg ik op het scherm te zien dat er 95% kans op neerslag is binnen vijftien minuten. Het klopt. 

                           *

Deze troosteloze dag biedt weinig keuzes. Op de fiets naar mijn vader wordt met de auto naar mijn vader. Daarna ligt een eindeloze middag – ga ik een boek lezen of voor de televisie hangen waarop de laatste stuiptrekkingen van de Spelen te zien zijn – voor me.

                          *

Olympische Spelen die verwachtingen over hoogvliegers niet inlosten maar onverwachte nieuwkomers brachten. Slechte en goede verliezers. Dafne die ‘kut’ zei en haar spikes weggooide en Churandy Martina die zijn stralende lach toonde met die glimmende, gouden tand in eindeloos vertrouwen, vrolijkheid en geloof in Zijn Heer. De Heer van optimisme, naïviteit en zorg om de medemens. ‘Ik hoop niet dat ik alle mensen die om drie uur vannacht voor mij de wekker zetten teleurgesteld heb.’ 

                          *

Ik ga maar naar mijn vader. Het is half elf. Als ik opschiet ben ik er voordat hij gaat eten. Dat is om twaalf uur, half een. Op de weg naar het verzorgingshuis sla ik af bij zijn flat. Ik haal beneden in de hal zijn post uit de brievenbus en aarzel: ga ik naar boven? Dat huis, de ruimte waarin alles staat, ruikt en voelt als mijn vader. Zijn stoel, de tafel met daarop de Telegraaf van 22 juni 2016 die hij niet opensloeg. Een vaas met water op het aanrecht waarin het laagje afwasmiddel is opgelost en dat nu troebel is geworden van het lange staan. De televisie waar ik de stekker uit trok, de vensterbank die steeds stoffiger wordt, mijn kinderen die mij toelachen vanuit zilveren lijstjes en mijn schoolfoto van de eerste klas op de middelbare school. Een verlegen lachend meisje met lange, ongekamde haren. 

                        *

De bakken op het balkon die mijn vader moeizaam vulde met aarde, plantjes erin plantte, ze water gaf. De bakken staan als gehavende soldaten in het gelid: alleen de geraniums bloeien, de rest haalde ik weg. Verpieterd en broos als beschuitjes verloor ik onderweg naar de prullenbak droge bloemetjes en dorre blaadjes. Ik veegde ze bij elkaar met een stoffer en blik dat ik uiteindelijk vond achter een trap in de rommelkast.

                           *

Ik klim met lichte tegenzin de trappen op naar boven. Als ik de flat binnenkom ruikt het naar oude man. Ik vul de gieter die in het kantoortje staat met water en loop naar het balkon. Drie geraniums bloeien uitbundiger dan ik verwacht. Ik moet ze water geven. Ik draai de sleutel van de balkondeur om in het slot, trek de hendels van de dievenklauwen naar beneden. Ik geef de plantjes water en pluk de uitgebloeide bloemetjes eruit, een illusie in stand houdend.

                          *

Als ik de gang inloop van het verzorgingshuis komt mijn vader mij tegemoet. Hij beweegt zijn voeten heen en weer terwijl hij met zijn handen de wielen van zijn rolstoel ronddraait. Het doet me  denken aan mijn zoon die zich als baby op zijn billen voortbewoog, zijn mollige beentjes duwden hem vooruit, zijn armpjes wiebelden mee, ooit, lang geleden.

                            *

‘He, ben je er al?’, vraagt mijn vader verrast. ‘Ik dacht, het regent zo, je zal wel niet komen.’

‘Natuurlijk kom ik’, zeg ik, ‘Ik heb toch een auto?’

In de kamer van mijn vader staat de televisie van zijn kamergenoot aan. Duitse schlagers tetteren door de ruimte.

‘Waar is je buurman?’, vraag ik terwijl ik discreet achter het gordijn tuur waar de kamergenoot altijd zit.

‘Tja, dat weet ik niet, misschien is hij beneden bij zijn vrouw.’

‘Of hij is even naar de w.c.’, opper ik en ik denk aan de dag ervoor toen ik de buurman trof op de w.c. terwijl ik mijn vader zocht. Ik krijg het beeld maar niet weg. Mijn vader bleek zich op het winderige balkonnetje verderop te bevinden om ‘even lekker in de zon te zitten.’ 

                          *

Terwijl de schlagers door de kamer schallen kijkt mijn vader de post door. ‘Ik heb maar even gekeken in je brievenbus; de nieuwe t.v. gids zit erbij. Dat is wel handig, toch?’ Mijn vader zegt niets. Hij bekijkt zijn post nauwkeurig. Eerst maakt hij de envelopjes open, rissend met de helft van een schaar, het papier haalt hij eruit met zijn dikke vingers. 

‘Zal ik het plastic van de gids erafhalen ?’, vraag ik.

Mijn vader zegt niets. Ik haal het plastic van de t.v. gids eraf. Ik kijk naar buiten. Regen slaat tegen de ruiten van dit huis. Het is zomer.

                           *

‘O, leuk’, zegt mijn vader, ‘De Ikea gids!’ Hij pakt de gids. Hij bladert en bekijkt alles wat hij nooit meer zal kopen. ‘Leuk’, zegt mijn vader nogmaals. Ik zeg niets.

                          ***

Advertisements

2 thoughts on “De gids

  1. Hee Annelie,

    Prachtig stuk heb je geschreven! En die IKEA-gids is herkenbaar haha, dat dacht ik ook even toen ik van de week mijn post bekeek. Even leuk doorbladeren. De kleine dingen zijn ook de mooie dingen in het leven. Het zijn niet alleen de grote die er toe doen. Prachtig om te lezen.

    Greetings by Sophie

    Like

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s