Njet

Er kan heel veel niet. We kunnen niet zonder €30 te betalen met een rolstoeltaxi-busje een rit maken om mijn vader de twee verzorgingshuizen te laten zien die geschikt lijken. 

‘Uw vader heeft een WMO-pas voor Heemstede, maar niet voor Haarlem.’ 

We kunnen niet terecht bij het verzorgingshuis van onze eerste voorkeur. 

‘Wij hebben een wachtlijst van drie tot zes maanden.’ 

Wij kunnen mijn vader niet direct op de wachtlijst plaatsen bij het verzorgingshuis van onze eerste voorkeur. 

‘U heeft daarvoor een indicatie nodig van het CIZ.’ 

De trajectbegeleider kan niet binnen een week alles in orde maken voor het CIZ. 

‘Ik kom net terug van vakantie, ik heb acht aanvragen liggen.’ 

Mijn vader kan niet te lang blijven in het revalidatie-centrum. 

‘Wij krijgen een vergoeding tot maximaal drie maanden. Komende maand loopt de drie maanden-termijn af.’ 

Mijn vader kan niet naar huis. 

‘Ik adviseer u niet naar huis terug te gaan.’                                              

                          *

Gisteravond bezocht ik mijn vader. In zijn rolstoel naast zijn bed met lage instap keek hij televisie. Verrast keek hij op: ‘Ik dacht niet meer dat je kwam.’ 

‘Ja, natuurlijk kom ik’ en ik zei niet dat ik eigenlijk te moe was, geen zin had, gewoon thuis had willen zitten, liggen op de bank, in mijn bed. ‘Maar het is maar een uurtje’, fluisterde het stemmetje in mijn oor en dat is zo. Wat is een uurtje op een heel lange dag? Dus ging ik. Ik pakte zijn tablet uit een tas en een stapel Elseviers.                            

                              *

‘Ik bracht je tablet mee, ik heb hem opgeladen.’, zei ik. 

‘O dank je, leg hem maar in de la’, antwoordde hij. En ik legde de tablet in de la. Ik hoopte dat de tablet niet gestolen zou worden.

‘Ook nam ik je wachtwoorden mee’, zei ik, ‘Ik heb geprobeerd in te loggen in je mail, maar het lukte mij niet.’ En ik weet dat het hem ook niet lukt. Hij vindt het moeilijk de icoontjes te activeren met zijn dikke vingers. ‘Met het zachte deel van je vinger erop drukken’, legde ik al dikwijls uit. Maar het blijft moeilijk.

‘Tja, wat was ook alweer mijn wachtwoord?’, vroeg mijn vader zich hardop af.

‘Ik deed het overzicht van je wachtwoorden erbij, antwoordde ik, ‘Probeer het daarmee. Alleen lukte het mij niet, dus ik weet niet of het wachtwoord er goed op staat.’ 

                          *

De Wereld Draait Door begon. We keken naar de televisie die aan de muur hing als een zwarte vlieg met regenboogkleurtjes door de zon die door het lichtglanzende lijfje schijnt. Ik verstond er niks van, de mond van Matthijs van Nieuwkerk ging open en dicht als een vis op het droge die naar adem hapte, maar dat was niet erg. We keken en zwegen.

                            *

‘Jij hebt gekeken, he, naar een paar huizen, toch?, vroeg mijn vader plotseling.

‘Ja, ik liet je eerder al wat foto’ s zien’, antwoordde ik. En ik pakte mijn telefoon met de foto’s. Aandachtig tuurde hij weer naar de miniatuurtjes op mijn schermpje. 

‘De Heemhaven lijkt mij nog steeds het fijnste’, zei ik, ‘Al zijn de kamers klein. Maar wat heb je nodig, pa? Een keukentje, een bed, tafel en televisie. Dat past er gemakkelijk in.’ Mijn vader knikte braaf. 

‘Er is daar alleen een wachtlijst’, zei ik.

‘En, dat andere huis, aan de weg?, vroeg hij. 

‘Sint Jacob in de Hout is ook een mogelijkheid’, zei ik. ‘Daar is wel plaats. We kunnen dat voor je regelen en je op de wachtlijst zetten voor de Heemhaven. Bevalt het in Sint Jacob dan blijf je daar, en zo niet, dan kan je later naar de Heemhaven.’ 

                               *

De grappige filmpjes begonnen op DWDD. Mijn vader zette de televisie harder. Samen lachten we om de grappige filmpjes.

‘Ik ga zo naar huis. Morgen kom ik weer.’ Ik keek in de kast van mijn vader, zo’n losse, nephouten kast waarvan de deurtjes licht uit het lid hangen, pakte de was die onderin de kast gegooid was en stopte deze in mijn meegebrachte tas.

‘Ja, dat is goed. Bedankt voor je komst’, antwoordde hij. 

                            *

Als ik de deur uitloop van het revalidatiecentrum zie ik drie rolstoel-busjes staan van de stichting waaronder het centrum valt. Drie op een doelloze rij. 

                             *

Zojuist belde ik de stichting. Ik probeer een busje te regelen dat niet €30 per rit kost. Ik denk dat het niet kan. Er zal een berg aan onzekerheden, mitsen en maren worden opgeworpen. Maar misschien, wie weet, klimmen we eroverheen – over die berg – en wordt het ‘misschien’ of een ‘ja tenzij’.

                            *

We zullen zien.       

                          ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s