Verdwijnen

HERFST

De bomen roesten in het zieke licht

langs somber in zichzelf gekeerde grachten.

In wilde, stormdoorvlaagde regennachten

vertoont de maan een bleek, behuild gezicht
                          *

boven de lege straten, smalle schachten

waar in een onverbiddelijk gericht

de zomer langzaam voor het najaar zwicht,

terwijl de huizen op het einde wachten.

                         *

Tegen de morgen is de strijd beslecht.

Een vage geur van heimelijk bederven

heeft aan de moede wind zich vastgehecht.

                         *

Tussen een handvol dunne zonnescherven

heeft zich de zomer moeizaam neergelegd

om eenzaam en onopgemerkt te sterven.

                         ***

Hanny Michaelis (1922-2007)

Mijn vader verdwijnt. Zijn rolstoel groeit om hem heen als de hedera om onze schuttingpalen. Mijn vader verdwijnt in skai en staal. 

                        *

Vandaag draagt mijn vader zijn bordeaux-rode fleecetrui. De dieprode kleur past bij zijn getinte huid. Zo nu en dan zit hij in de zon op het balkon van het verzorgingshuis. Als een feniks herrijst mijn vader uit het woud van lukraak neergezette plastic stoelen met natte zittingen. Op het oranje balkontafeltje staat een asbak met peuken van alsmaar rokende verzorgers. Ook de asbak is nat. Peuken drijven als dode larven rond in regenwater.

                          *

‘Heerlijk, de zon’, zegt mijn vader daar op het balkon. En ik zie zijn huid langzaam kleuren. Rode wangen, een lichtbruine teint.

                          *

Toen ik zojuist zijn kamer binnenliep was hij weggedut. Zijn hoofd hangt licht voorover. De televisie staat aan.

                           *

Ik maak een beetje herrie, leg de post op zijn tafeltje, ritsel met de tas. Hij wordt wakker en kijkt op. ‘He, ben jij er?’, zegt hij.

‘Ja, zit je lekker televisie te kijken?’

Beiden weten we dat hij sliep. Maar dat is geen onderwerp van gesprek.

                           *

Na prietpraat en wat stiltes tussendoor heeft mijn vader opeens een verhaal. ‘Er was me een consternatie gisteren’, vertelt hij. ‘Iedereen was maar druk met mij. Ik kreeg zuurstof, mijn bloeddruk werd opgemeten, het was me wat.’ 

‘O ja, wat was er dan?’, vraag ik.

‘O, niks, er was niks’, antwoordt mijn vader.

                           *

Na enig doorzeuren kom ik erachter dat hij benauwd was. ‘Ik merkte er niets van’, zegt mijn vader. ‘Maar wat een consternatie…’ Hij lacht flauwtjes. Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Is het stoerigheid? Heeft hij echt geen last?  

                           *

Ik zit op zijn bed. Achter mij staat de televisie aan. Mijn vader zit voor mij en kijkt langs mij heen naar de beelden op t.v. 

                           *

‘Ik nam je schapenwollen deken mee’, zeg ik. ‘Je had het toch zo koud?’ Ik sta op en peuter de hoes open waar de deken in zit. De nooit-gebruikte deken liet hij zich ooit aansmeren door een gladde verkoper tijdens een senioren-uitje. Als ik de deken uit de hoes haal scheurt de hoes uit bij de rits. ‘Zonde’, zegt mijn vader.

‘Dat ding lag half te vergaan bovenop je kast pa’, zeg ik, ‘Geen wonder dat de hoes stuk gaat.’ Ik vlei de zachte deken op zijn bed. ‘Lekker toch?’, zeg ik en ik kijk hem aan.

‘Ja, hoor, lekker’, zegt hij. 

                            *

Mijn vader verdwijnt. Zijn gezicht verandert van glad en zacht naar dof en ingevallen. Zijn lichaam trekt zich samen als een in elkaar geduwde harmonica. Er komt geen muziek meer uit. Het stemt mij droevig.

                          *

‘Ik heb deze week nog gebeld met de Molenburg’, vertel ik. ‘De trajectbegeleidster gaf aan dat hier nog geen vaste kamer vrij is. In de Heemhaven is de wachttijd voor een kamer nog steeds zes tot negen maanden.’ Mijn vader reageert niet. ‘Het zou zo fijn zijn als we een kamer voor je kunnen inrichten met je eigen spullen.’ Ik praat tegen mijzelf. Ík zou het fijn vinden als hij tussen zijn eigen spullen leefde. Zijn eigen stoel, het tafeltje, de foto’s van zijn kleinkinderen, zijn Apple, het schilderijtje van de dessa. ‘Ik liep vorige week ook langs bij de client-begeleider van de Molenburg. Dinsdag komt hij met jou kennis maken. Misschien kan hij wat betekenen.’ Ík geloof er in. 

                          *

Mijn vader kijkt langs mij heen naar de beelden op t.v. Bijna is hij verdwenen in skai en staal. 

                         ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s