Ramp

Laatst was ik bij een boekpresentatie van een boek met foto’s van boekenliefhebbers, gefotografeerd voor hun boekenkast. Dat leverde 52 foto’s en verhalen op van mensen, oude en jonge, die allen op hun eigen wijze van ‘hun’ boeken houden.

Van de in beige gehulde dame van 101 die fier en breekbaar tegelijk voor haar kast staat tot en met de man in het midden van het boek met een boekenkast waar wat mee is.

Ik lees dat de keurige heer met de kast waar wat mee is zijn boeken tot op de millimeter opmat en alles op hoogte ordende. De kast was daarna met een speciaal computerprogramma ontworpen.

‘Kijk’, zei mijn dochter met wie ik het boek doorbladerde, ‘Er is zelfs een apart plekje voor twee heel dunne boekjes.’ En jawel, twee boekjes stonden als magere soldaatjes in een precies passend wachthuisje, omhuld door de strenge contouren van zwartgeschilderd hout. Een kast als een schilderij.

De dame van 101 noch de man van de computerkast zag ik bij de boekpresentatie. Misschien was de oude dame al dood, dacht ik, wiebelend op een van de gammele stoeltjes die in de richting van een katheder waren geplaatst.

Een vriendin zat naast mij in de Amsterdamse boekwinkel. Wij beiden stonden ook in dat boek. En we luisterden naar de sprekers achter het katheder, zittend op de gammele stoeltjes. Na afloop kregen wij een exemplaar van het boek cadeau. Achterin de winkel stonden een paar tafels met glazen, flessen wijn en water.

‘Wil jij wat drinken?’, vroeg mijn vriendin en dat wilde ik. We proostten op het boek en onze vriendschap.

‘Ik ga even naar de w.c.’, zei mijn vriendin na de eerste slok en ze verdween tussen de vele bezoekers die geanimeerd met elkaar praatten. Het was een feestelijk gebeuren.

Naast mij stond een keurige heer in een rode trui. Hij keek mij verwachtingsvol aan.

‘Staat u ook in het boek?’, vroeg ik.

‘Nee’, antwoordde de man.

‘O’, zei ik.

‘U staat er wel in?’, vroeg de man.

‘Ja’, antwoordde ik, ‘Samen met mijn poes.’

Het was een wezenloos antwoord. Maar het klopte wel. Onze poes lag op de foto heerlijk te slapen op de bank.

‘U houdt dus van boeken’, concludeerde de man. ‘Van welk soort boeken houdt u?’

Eh, ik houd van Nederlandstalige romans…’, antwoordde ik. ‘Maar ook van literaire thrillers en..’ Ik dacht erover na of ik mijn vreemde belangstelling voor boeken over de Tweede Wereldoorlog met deze heer zou delen. ‘En ik lees veel over de Tweede Wereldoorlog’, hoorde ik mijzelf zeggen. ‘En in het bijzonder over de concentratiekampen en de vervolging.’

De man keek mij onderzoekend aan. ‘U houdt dus van verhalen over mensen in nood’, zei hij

‘Nou ja het interesseert mij hoe mensen zoiets verschrikkelijks meemaken en daarna het leven weer oppakken’, zei ik voorzichtig.

De man deed een stapje naar achteren en greep in een zwarte tas op de stoel naast zich.

‘Dan wilt u vast dit boek kopen’, zei hij. ‘Ik schreef het zelf, het gaat over de watersnoodramp.’

Verbouwereerd pakte ik het boek aan.

‘Het kost € 24,95’, zei hij, ‘ Maar u krijgt het van mij voor € 20,-‘

Ik vroeg mij af waar mijn vriendin bleef. Ik bladerde wat in het boek.

‘Het is geen geld’, hoorde ik de heer met de rode trui zeggen.

‘Eh, ja, nou, als ik het wil hebben koop ik het gewoon hier’, zei ik en ik gaf hem het boek terug.

‘Er liggen er nog twee’, zei de man. ‘Bij de non-fictie.’

En toen kwam mijn vriendin.

‘Zullen we gaan?’, vroeg ik. Op de terugweg liepen we langs de non-fictie. Daar lagen de twee boeken over de watersnoodramp.

Ik kocht het niet.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s