Het pleidooi

Op de deur van het lokaal hangt een plakkaat. ‘Stilte a.u.b. i.v.m. pleitoefening’.

We staan in het halletje voor het lokaal. Een groepje studenten staat om het hoekje, ze wiebelen nerveus op de hakken van hun schoenen. Ze lachen en zeggen ‘Ik heb liever drie tentamens dan dit’ en ‘Ik had dit nooit verwacht’.

Onze dochter ziet ons en loopt op ons af.

‘Ik ben als laatste aan de beurt’, zegt ze. ‘Maar jullie kunnen luisteren naar het tweede groepje. Daarna kom ik.’

Er staat nog een ouderpaar in het halletje. Als we het lokaal in mogen valt het plakkaat van de deur. De vrouw van het andere paar pakt het op en drukt het tegen de deur. Nu hangt het plakkaat scheef. De plakbandjes zijn stoffig en kleven nauwelijks meer.

We luisteren naar een fictieve rechtszaak over hulp bij zelfdoding. Drie in toga gehulde rechters geven het woord aan een jongen met baardstoppels, onwennig staand voor het katheder in een geleende toga. Hij neemt de rol van officier van justitie op zich. Op het whiteboard achter de rechters hangt een A-4-tje met een afbeelding van de koning. De jongen start zijn betoog. En ik herken het verhaal.

De dag ervoor oefende onze dochter haar officier-van-justitierol met mij.

‘Mijn verhaal moet echt binnen tien minuten klaar zijn en klok het alsjeblieft met de stopwatch-functie’, instrueerde ze mij. Ik zat op bed. Zij stond achter de strijkplank. Rechts op de strijkplank lag een stapel ongestreken kleding. In het ijzeren mandje links hing de strijkbout. Na twee keer oefenen, schrappen en timen en een maal de slappe lach duurde het betoog acht minuten en tien seconden.

Willem-Alexander staart mij aan; de afbeelding is geplastificeerd dus de koning glimt een beetje. De middelste rechter interrumpeert twee maal het betoog van de jongen. Rustig beantwoordt hij de vragen. Zijn rechter-gymschoen wipt op en neer. Het randje van de toga beweegt licht mee. De zoom is afgezet met glanzend-zwart biaisband. Ik sterf intussen duizend doden.

‘Nu ben ik wel zenuwachtig’, vertelde mijn dochter mij in het halletje. ‘Je moet ook onverwacht vragen beantwoorden en elkaar van repliek dienen.’

Na het betoog van een meisje dat als advocaat een paar keer haar tekst kwijt raakt schuifelen we achter elkaar het lokaal uit. De deur gaat dicht. ‘Nu beraadslagen ze’, legt mijn kind mij uit. Ze trekt de leen-toga aan. De mouwen zijn zeker twintig centimeter te lang.

‘Wacht, ik vouw ze om’, zeg ik, ‘Anders kan je je notitie niet eens uitdelen.’

En daar staat ze. Achter het katheder. Ze deelt haar pleitnota uit aan de drie rechters en haar mede-student die de advocatenrol op zich neemt. Ze schenkt een bekertje water in. Haar hand trilt niet. En dan start het strijkplank-requisitoir. Twee keer krijgt ze een vraag. Ze beantwoordt deze gedecideerd. Ze haalt het Heringa-arrest aan. Ze eist negen maanden gevangenisstraf waarvan drie voorwaardelijk voor hulp bij zelfdoding. ‘Er is een maatschappelijke en politieke discussie gaande over euthanasie en voltooid leven, maar het is aan de wetgever om de wet aan te passen. Zo lang dat niet gebeurt hanteren wij de nu geldende wetgeving.’

En Willem zag dat het goed was.

Advertisements

Henk & Harry

Handeling: conversatie in de infinity pool

Plaats: Willemstad, Curacao

Tijd: 7 april 2018

Harry

We sijn naar het netjonel park gewees, nou dat was niet echt bijsonder. Er stoan een poar flamingo’s in het water

Henk

We hebben ook de flamingo’s bekeken, de Aloë Vero-plantage én de struisvogels op één dag…., vink, vink, vink!

Harry

We werde gistere langs drie lekkere strandjes gebroch met de bus, lekker makkelijk, overal een uurtje sitte en met de luns werden we bij een restaurantje gedropt, ook lekker makkelijk

Henk

We zijn in dat park geweest, dat natuurpark, Christoffel geloof ik, nou, dat was ook niet veel bijzonders. Heuvel op, heuvel af, het was maar goed dat ik geen automaat gehuurd had, daar kom je die hellinkies niet mee op, man!

Harry (ziet een voorbijvarend cruiseschip)

Das ook lekker, so’n croes…. Lekker ete, op s’n tijd eruit en dan weer lekker fare…Op die schepen werken trouwes alleen maar Filipijnen, joh

Henk

In mei gaan wij altijd naar Griekenland, daar is de zee net zo blauw als hier. En het eten is ook veel goedkoper. Nou hebben we daar als Nederland natuurlijk flink aan meebetaald destijds

(…) Korte stilte

Henk

Wij wonen zelf in een dorp in Twente, lekker rustig. Wij hadden in dit hotel zo’n kamer aan de voorkant, wat een herrie. Dus ik heb het meteen maar even geregeld, de kamer omgeboekt. Een upgrade was het, het kostte wel wat geld, maar dat heb ik ervoor over. Wat een herrie ‘s nachts. Waar woon jij?

Harry

Wij wone an de kust.

Henk

Nou, dat is lekker wonen, zo dicht bij het strand

Harry

In Nederland regent het altijd, nooit ken je naar het strand om effe fijn te sitte.

Henk

Weet je waar het duur wonen is? In Zwitserland! Dat komt door de huizenprijzen, die zijn enorm hoog daar.

Harry

Dat stucwerk hier op die huise.., mot dat nou zo? Je ken toch beter met bakstene werke? Wat een ferstand…

Henk

Tja, dat heb je in dit soort apenlanden

Windig

‘Vandaag is het een beetje te windig’.

De wonderschone serveerster die niet beseft dat deze zin het begin van een gedicht is zet de ijskoude glazen water voor ons neer. Ze lacht haar wonderschone lach.

De golven slaan naast mij neer op de rotsen, we drinken een te duur drankje op een terras naast de Caribische zee. De hordes Amerikanen die als sliertjes uitgeknepen puistjes over de opperhuid van de stad kronkelen hebben dit plekje nog niet gevonden. Dit te windige plekje in de zon op het eiland Curacao.

Inderdaad waait alles op tafel weg. We fixeren servetjes en petjes met het bolvormige vaasje waarin wat groens en roods ligt. Wij knijpen onze ogen dicht tegen de zon. En langzamerhand voel ik mijn hoofd vollopen met zwaarte en snot.

Natuurlijk komt dat door de verschillen tussen warm en koud. ‘s Nachts blaast de airco een scherpe luchtstroom over ons heen, ‘s ochtends zitten wij met de voeten in het aangeharkte, koele zand met de tropenzon in ons gezicht. In de gehuurde auto blaast een mechanische wind ons tegemoet. Even later liggen wij van top tot teen ingesmeerd in de schaduw van een parasol het warm te hebben.

We koelen af in de turquoise zee. Snorkelen, kijken naar gekleurde visjes. Ik zie alleen maar witte, heel doorschijnende. Ze zwenken linksaf. Schieten langs mij heen, onder mij door. Wier dwarrelt door het heldere water. Ik hoor mijn adem.

De zwaarte kan komen door het museum dat we bezochten. Een weldoener knapte het huizen- en binnenplaatscomplex – waarin vroeger slaven werden verhandeld – op. In nauwe doorgangetjes en koele ruimten komt de Afrikaanse geschiedenis naar ons toe met als toegift een tentoonstelling over de slavernij. Ik sta in de nagebouwde scheepsromp en zie de planken met verroeste boeien en ketens. Ik bekijk de schaarse foto’s van wanhopige mensen. Ik zie een beeld van twee vrouwen, de een legt troostend haar hand op de schouder van de ander.

Mijn hoofd zit vol snot.

‘Anders ga je zo even zwemmen’, oppert mijn man. ‘Dan komt het los.’ Los? De zwaarte in mijn hoofd, het snot, niets komt los.

‘Was alles naar wens?’, vraagt het meisje van de wind ons. Ze is mooi en lief. Ze lacht.

‘Het was heerlijk’, zeggen wij.

***

Old pirates, yes, they rob I;

Sold I to the merchant ships,

Minutes after they took I

From the bottomless pit.

But my hand was made strong

By the ‘and of the Almighty.

We forward in this generation

Triumphantly.

Won’t you help to sing

This songs of freedom

‘Cause all I ever have:

Redemption songs;

Redemption songs.

Redemption song,

Bob Marley (1945-1981)