Wan Li


Als we de poort van ons hotel uitlopen staat rechts van ons een beige busje. Het is half acht ‘s ochtends. We zijn vroeg want vandaag bezoeken wij de panda-beren in het complex met de veelbelovende naam, Giant Panda Breeding Research Base. Panda’s zijn alleen ‘s ochtends actief. Dan krijgen zij eten en bewegen zij een beetje. Verder slapen zij de hele dag. 
                     *

Mijn man loopt naar de chauffeur en vraagt hem of dit het busje is dat ons vanuit Chengdu-stad naar de panda’s brengt. Een fragiel meisje duwt haar iPhone voor mijn man’s neus en zegt wat. Maar hij luistert niet en blijft zich wenden tot de chauffeur.

                       *

‘Raym’, zeg ik, ‘Volgens mij is zij onze gids.’ Maar het helpt niet. Hij blijft gebaren tegen de man die naast de auto geleund staat. Het gezicht van de man is bruin. Van dat verweerde bruin met rimpels. Duidelijk geen moderne Chinees die het gezicht zoveel mogelijk uit de zon houdt met sjaals, mondkapjes en parasols. Vooral jonge, Chinese vrouwen zijn graag zo wit mogelijk.

                        *

Het meisje houdt aan en duwt haar telefoon nu goed onder de neus van mijn man. Eindelijk kijkt hij. Zij laat onze naam op het schermpje zien. 

‘I am your guide today’, zegt zij vriendelijk. Haar tengere gestalte blaas je zo om. Ze draagt een grote bril en haar lange haar valt over haar smalle schouders. ‘My name is Wan Li’, zegt ze even later in de auto. ‘Wan’ betekent elegant. Li ‘Is just a name my father gave me’, lacht ze. Elegant is ze. Lichtvoetig hupt ze de auto uit en leidt ons naar het mooi aangelegde park waarin de panda’s huizen. 

                          *

Wan Li is trots op het park en de panda’s. Alle dieren die wij als brave toeristen uitgebreid fotograferen fotografeert zij ook. Zij hangt net als wij zo ver mogelijk over het hek om de alsmaar bamboe-etende panda’s goed te zien. Tijdens het lopen legt zij van alles uit over het fokken van panda’s, het verschil tussen dit park en andere parken (‘This one is the most professional’) en helemaal blij wordt ze zodra ze hoort dat wij uit Nederland komen. ‘You got just two panda’s from us!’, en enthousiast vertelt ze dat ze beide panda’s goed kent. Vooral het mannetje. ‘I’ll show him your picture’, grapt mijn man en Wan Li lacht en lacht. 

                      *

Op de terugweg vertelt ze over het strakke schoolsysteem en de druk die op alle kinderen ligt om te slagen voor DE TEST. DE TEST bepaalt alles. Als je de beste bent en dat ben je met ‘A level one score’, aldus Wan Li kan je naar de beste universiteit en betaal je het minste geld. Er zijn kinderen die meerdere jaren achter elkaar proberen de hoogste score te behalen al kost ze dat telkens nog een jaar extra op high-school. Wan Li vertelt dat haar moeder en leraren vonden dat zij level one moest kunnen halen. Maar het werd level two en Wan Li vond het best. ‘I don’t like to study’, lacht ze, ‘I like to work.’

                      *

Bij het afscheid krijgen we een omhelzing van Wan Li en ze geeft ons haar kaartje: ‘You can call me anytime!’, zegt ze. Ik bekijk het visite-kaartje. Er staat een panda-beertje op. 

                       ***

Advertisements

Taxidriver

 Een vakantieweek opent werelden en verschaft perspectieven. Ook al ligt de bestemming maar op drie uur vliegen van huis. 
                            *

Neem om te beginnen de taxi-chauffeur die ons om 3.45 uur ophaalde. Het voelde zo om 3.45 uur als het holst van de nacht. Maar het was ochtend. Je zag het aan de lichte schemering, je hoorde het aan een aarzelend vogelfluitje.

                          *

De katten keken mij bij het dichttrekken van de deur verwijtend aan. Of verdrietig? De blauwe ogen met de door mij ge├»nterpreteerde emotie gaven geen goed gevoel. Ik suste mijn geweten met de gedachte dat zij twee dagen later een uitstekende verzorging en veel, heel veel liefde zouden krijgen. De liefde van onze dochter die door roeien en ruiten gaat waar het ‘de katjes’, zoals zij ze betitelt, betreft. Even maar moesten ze het doen met onze buurman, die zich er wel overheen zou moeten zetten de dieren te voederen die zijn kat zodanig terroriseren dat deze niet meer via de achtertuin bij hem naar binnen komt. Bang om door de onzen besprongen te worden. Hoe lief ‘de katjes’ zijn voor ons, des te vreselijker zijn ze voor de buurtpoezen. Terroristen pur sang. 

                           *

De taxi-chauffeur arriveerde precies op de afgesproken tijd, hij was zelfs twee minuten te vroeg. Wij stonden in de startblokken en snelden, gek genoeg toch altijd weer een beetje gespannen voor zo’n reis met een vliegtuig, de deur uit. Net op tijd om te zien dat de chauffeur een plasje deed in onze Beukenvaart. Naar ons toelopend trok hij snel de rits van zijn gulp omhoog. 

                         *

‘Lekker vroeg h├Ę?’, grijnsde hij een beetje verlegen. Het was een boom van een vent: grote handen, enorm lang, een zware kop met zwarte krullen. Ondanks het schemerochtendlicht was zijn imposante postuur goed waarneembaar.

                          *

Eenmaal in de taxi, we zakten direct weg in zachte leren stoelen, merkte mijn man op: ‘wat een apparatuur, het lijkt wel een cockpit.’ Hij zat voor, ik achter. De chauffeur grijnsde weer maar zei niets. Comfortabel reden we de Beukenlaan uit. 

                         *

Achterin, maar in principe door de hele cockpit heen, klonk keiharde house-muziek. Mijn slaperige schemerhoofd bonkte. 

‘Zo blijf ik een beetje wakker, het is ook zo vroeg nog’, merkte de chauffeur op. Wij zaten inmiddels al minuten zwijgend vervoerd te worden. Er viel niet zo veel meer te zeggen. De muziek overstemde mijn gedachten. Ik deed nog wel een halfslachtige poging bij te dragen aan een moeizame conversatie door op te merken dat mijn zoon ook wel eens deze muziek draait. Ik vertelde er niet bij dat hij deze niet zo keihard zet in de auto waarin zijn ouders zitten.

                            *

Mijn man viste uit dat onze chauffeur in Hoofddorp woonde ‘bij mijn vader.’ ‘Mijn vader is portier’, vertelde de reus. Ik spitste mijn oren en leunde naar voren.

‘O ja, waar?’, vroeg mijn man.

‘Onder andere bij het Patronaat’, was het antwoord. 

‘Hij is 44 jaar en beresterk, mijn vader’, voegde hij er trots aan toe. 

‘Hoe oud ben jij dan?’, er klonk verbazing in de stem van mijn man. Zelf had ik de chauffeur ingeschat op tenminste een jaar of dertig, vijfendertig.

’22. Ik sport net als mijn vader veel in de sportschool. Dat is ook wel nodig, ik woog vorig jaar zo’n 130 kilo. Ik ben 30 kilo afgevallen.’

‘Zo, dat is behoorlijk veel’, zei mijn man.

‘Er moet nog zeker zo’n 20 kilo af. Maar dat gaat wel lukken. Ik sport drie, vier keer in de week in de sportschool. En dan voetbal ik ook nog. Ik ben verdediger bij ‘De Brug’ in Haarlem.’

                          *

De house dreunde mijn hoofd binnen en ik dacht aan mijn dochter, 21 jaar. Een jaar jonger en vergeleken met dit oermens een doorzichtig feetje. Ook dacht ik aan mijn bijna 18-jarige, voetballende zoon. Hij zou in een keer onderuitgeschuffeld worden door deze oerkracht als hij alleen maar naar het doel van ‘De Brug’ keek.

                         *

‘Ik rijd nu vaak ‘s avonds en ‘s nachts, maar over een paar jaar ga ik rustiger aan doen’, vertelt de 22-jarige. ‘Eerst even lekker veel verdienen en dan genieten.’

                          *

De jonge chauffeur, overduidelijk van Turkse afkomst, had zijn draai wel gevonden. Huisje in Hoofddorp, taxi-rijder, liefhebber van house ‘soms ga ik naar een festival maar ik vind dat meestal te duur’ en voetballer bij ‘De Brug’.

                           *

Voor avonturen hoef je helemaal niet op vakantie. Dit ritje duurde 15 minuten. Van Bennebroek naar Schiphol. En was al een belevenis op zich. De verwijtende kattenogen was ik glad vergeten. We pakten onze tassen en wandelden Schiphol in waar zich op dit vroege uur al honderden passagiers bevonden. 

‘Goede reis’, riep de reus ons na en wij zwaaiden. ‘Dank je wel!’ En daar gingen we. Wij, wereldreizigers.

                        ***