Ongelukje 



Totaal witte kamer

Laten wij nog eenmaal de kamer wij maken

nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik
 

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal

de kamer wit maken, nu, nooit meer later

 

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten

alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

 

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale 

zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven

witter dan, samen –


Gerrit Kouwenaar (1923-2014)

                      *

‘s Avonds laat hoorde ik boven een stem en een vloek. De stem die door een telefoon sprak was van mijn man. De vloek ook. Ik had geen zin in de stem noch in de vloek. Ik nestelde mij op de bank voor de tweede helft van de avond en ik keek naar de film Room. 

                       *

Ooit zag ik deze film over een jonge vrouw – door Old Nick opgesloten in een schuur – in de bioscoop. Old Nick kwam zo nu en dan langs. Dan verstopte Joy haar vijfjarige zoon Jack in Wardrobe. Jack keek stiekem door de paneeldeurtjes naar zijn moeder, zag de contouren van Old Nick en telde de piepjes die het bed met zijn moeder en Old Nick erin maakte. Als Old Nick weg was tilde zijn moeder Jack weer over naar haar bed. Samen sliepen ze. Totdat het licht van Dakraam hen wekte.

                        *

Ik weet niet waarom ik voor de tweede keer naar deze wondermooie maar gruwelijke film keek. Waren het de ogen van Jack? De blik van zijn moeder? De dreiging van Old Nick? Angst die we allemaal wel eens voelen al is het maar in onze dromen? Ik zat op de bank met onder beide handen een poes. Tijdens het kijken frummelde ik in hun vacht en draaide ik krulletjes in het zachte haar. Ze vonden het best, spinden zelfs.

                       *

Daarna ging ik slapen. En ik droomde van een huizenruil en de benauwenis van de onvoorstelbaar slechte ruil van ons huis met een krappe studentenflat. 

                        *

‘s Ochtends vertelde mijn man mij over de vloek.

‘Max belde gisteravond dat hij met mijn auto een aanrijding had in een parkeergarage in Amsterdam.’

‘Misschien is het wel goed dat hij nu zo’n ongelukje heeft’, vervolgde hij. ‘Daar schrikt hij misschien van en rijdt daarna weer voorzichtiger.’

                          *

Ik knikte. Dat zou kunnen. En ik dacht aan mijn eerste ongelukje met mijn vaders auto. Mijn vader reageerde nauwelijks op de schade en mijn trillende benen. ‘Het kan gebeuren’, zei hij. Het is alweer zo lang geleden. Ik wilde nog vragen aan mijn man: ‘Vloekte je tijdens of na het gesprek met Max?’ Maar ik liet het zitten.

                        *

Onze zoon kwam ‘s ochtends vroeg thuis. Aangenaam verrast door zijn laconieke ouders. Van schrik vergat hij zijn ochtend-humeur. Opgewekt ontbeet hij met ons mee.

                        *

Ik dacht nog even aan mijn droom en de benauwenis van de huizenruil en die aftandse een-kamerflat. Ik wilde het vertellen maar ik liet het zitten. Het leek onbelangrijk.

                        ***

  

Advertisements

Zomaar geluk op het Gelderlandplein

 

Een tijd geleden, toen wij na rijp beraad besloten samen met ons kind dat zij een kamer ging huren in een nieuw te bouwen complex bij de Boelelaan, lichtte een lampje op in mijn hoofd.

                         *
Was daar vlak bij niet het Gelderlandplein? Het plein waar de topcrimineel, God-hoe-heet-hij-ook-alweer?, werd neergeschoten? Een winkelcentrum vlakbij Amstelveen, Amsterdam-Zuid, nogal sjiek.
                         *
Deze week kreeg ik een whatsapp over het Gelderlandplein: ‘ik heb het gevonden, het Gelderlandplein is hier vlakbij. Het is nog erger dan Heemstede! Allemaal kakkers. Vooral veel oude dametjes met te veel make-up en bontjassen.’
                         *
Dat moet ik zien. Dus rijden wij naar het Gelderlandplein in onze nieuwe auto, een glanzende, wijnrode bolide. Gelderlandpleinwaardig, dacht ik zo.
                         *
De nieuwe navigatie, nog niet geüpdatet, leidt ons naar Schiphol. Daar draaien we een rondje, we negeren verder de navigatie en rijden richting Amsterdam.
                         *
Op 400 meter van de Boelelaan, naar rechts, de van Leijenburghlaan op. Heel voorzichtig, let wel: een nieuwe auto, rijden we de parkeergarage in. 
                           *
We hebben een doel: twee verjaarscadeautjes. De eerste zoeken we in de Douglas: een strenge, strak-opgemaakte dame komt op ons af. Samen met haar komen we uit op een peperdure lipgloss. Maar, wat een doddig doosje, wat een glanzend pakje en wat een strak strikje! Proefmonsters erbij, het eerste cadeautje is daar. 
                         *
Opeens horen wij de val van een.., ja, wat is het? Ik draai me om en ik zie de scherven van een dure parfum op de grond uiteenspatten. Een vrouw, die niet eens zo heel erg schrikt, staat ernaast. Zij liet het flesje overduidelijk op de grond vallen. 
                         *
Tegenover mij huppelt een meisje, blond met een lange paardenstaart in een tijgerbontjasje en tijgermaillootje, op knalroze halfhoge lakgympen. Haar hoogblonde moeder draagt ook een tijgerbontjas. Wij staren allen naar de scherven. De huppels stoppen. De strak-opgemaakte dame kijkt streng. Maar een jongen van de Douglas, zwarte kleding, strak kuifje redt de situatie: ‘aaach, dat kan gebeuren, hoor’, roept hij op de manier waarop alleen in het zwart geklede, strakgekuifde jongens van de Douglas dat kunnen roepen.
                         *
Wij rekenen de te dure lipgloss af en ik koop er voor mijzelf een te duur lippotlood bij. We zien een kitscherige kledingzaak met de naam Beverly nog-wat. Een verschrikkelijke kinderkledingzaak. Veel tijgerprints. 
                         *
Maar ook een Hema, de oeroude schoenenzaak Zwartjes (sinds 1883) en in de XL Albert Heijn doen we boodschappen. Ach, het valt best mee, met de kakkers. Misschien wel bij de verse-sushi-winkel of de net-geopende Coffee Company. 
                         *
Maar ik ben blij met mijn tweede cadeautje, een kinderboek. Blij met mijn lippotlood (‘zelfslijpend mevrouw’) en wat is het toch leuk een kind te verwennen met nieuwe gympen. In, eeeh, een tijgerprint.
                         *
Hoe heette die man toch ook al weer? Voor zijn flat neergeschoten. Op het Gelderlandplein. Klepper! Sam Klepper!
                         *
En wat het mooiste is: na twee keer het parkeerkaartje uit de automaat teruggespuwd te krijgen: ‘mevrouw, het is hier de eerste anderhalf uur gratis parkeren’, in onvervalst Amsterdams.
                         *
Gewoon gelukkig op het Gelderlandplein. Dat klinkt als een gedicht. Maar één lettergreep te veel.
                        ***