Taxidriver

 Een vakantieweek opent werelden en verschaft perspectieven. Ook al ligt de bestemming maar op drie uur vliegen van huis. 
                            *

Neem om te beginnen de taxi-chauffeur die ons om 3.45 uur ophaalde. Het voelde zo om 3.45 uur als het holst van de nacht. Maar het was ochtend. Je zag het aan de lichte schemering, je hoorde het aan een aarzelend vogelfluitje.

                          *

De katten keken mij bij het dichttrekken van de deur verwijtend aan. Of verdrietig? De blauwe ogen met de door mij geïnterpreteerde emotie gaven geen goed gevoel. Ik suste mijn geweten met de gedachte dat zij twee dagen later een uitstekende verzorging en veel, heel veel liefde zouden krijgen. De liefde van onze dochter die door roeien en ruiten gaat waar het ‘de katjes’, zoals zij ze betitelt, betreft. Even maar moesten ze het doen met onze buurman, die zich er wel overheen zou moeten zetten de dieren te voederen die zijn kat zodanig terroriseren dat deze niet meer via de achtertuin bij hem naar binnen komt. Bang om door de onzen besprongen te worden. Hoe lief ‘de katjes’ zijn voor ons, des te vreselijker zijn ze voor de buurtpoezen. Terroristen pur sang. 

                           *

De taxi-chauffeur arriveerde precies op de afgesproken tijd, hij was zelfs twee minuten te vroeg. Wij stonden in de startblokken en snelden, gek genoeg toch altijd weer een beetje gespannen voor zo’n reis met een vliegtuig, de deur uit. Net op tijd om te zien dat de chauffeur een plasje deed in onze Beukenvaart. Naar ons toelopend trok hij snel de rits van zijn gulp omhoog. 

                         *

‘Lekker vroeg hè?’, grijnsde hij een beetje verlegen. Het was een boom van een vent: grote handen, enorm lang, een zware kop met zwarte krullen. Ondanks het schemerochtendlicht was zijn imposante postuur goed waarneembaar.

                          *

Eenmaal in de taxi, we zakten direct weg in zachte leren stoelen, merkte mijn man op: ‘wat een apparatuur, het lijkt wel een cockpit.’ Hij zat voor, ik achter. De chauffeur grijnsde weer maar zei niets. Comfortabel reden we de Beukenlaan uit. 

                         *

Achterin, maar in principe door de hele cockpit heen, klonk keiharde house-muziek. Mijn slaperige schemerhoofd bonkte. 

‘Zo blijf ik een beetje wakker, het is ook zo vroeg nog’, merkte de chauffeur op. Wij zaten inmiddels al minuten zwijgend vervoerd te worden. Er viel niet zo veel meer te zeggen. De muziek overstemde mijn gedachten. Ik deed nog wel een halfslachtige poging bij te dragen aan een moeizame conversatie door op te merken dat mijn zoon ook wel eens deze muziek draait. Ik vertelde er niet bij dat hij deze niet zo keihard zet in de auto waarin zijn ouders zitten.

                            *

Mijn man viste uit dat onze chauffeur in Hoofddorp woonde ‘bij mijn vader.’ ‘Mijn vader is portier’, vertelde de reus. Ik spitste mijn oren en leunde naar voren.

‘O ja, waar?’, vroeg mijn man.

‘Onder andere bij het Patronaat’, was het antwoord. 

‘Hij is 44 jaar en beresterk, mijn vader’, voegde hij er trots aan toe. 

‘Hoe oud ben jij dan?’, er klonk verbazing in de stem van mijn man. Zelf had ik de chauffeur ingeschat op tenminste een jaar of dertig, vijfendertig.

’22. Ik sport net als mijn vader veel in de sportschool. Dat is ook wel nodig, ik woog vorig jaar zo’n 130 kilo. Ik ben 30 kilo afgevallen.’

‘Zo, dat is behoorlijk veel’, zei mijn man.

‘Er moet nog zeker zo’n 20 kilo af. Maar dat gaat wel lukken. Ik sport drie, vier keer in de week in de sportschool. En dan voetbal ik ook nog. Ik ben verdediger bij ‘De Brug’ in Haarlem.’

                          *

De house dreunde mijn hoofd binnen en ik dacht aan mijn dochter, 21 jaar. Een jaar jonger en vergeleken met dit oermens een doorzichtig feetje. Ook dacht ik aan mijn bijna 18-jarige, voetballende zoon. Hij zou in een keer onderuitgeschuffeld worden door deze oerkracht als hij alleen maar naar het doel van ‘De Brug’ keek.

                         *

‘Ik rijd nu vaak ‘s avonds en ‘s nachts, maar over een paar jaar ga ik rustiger aan doen’, vertelt de 22-jarige. ‘Eerst even lekker veel verdienen en dan genieten.’

                          *

De jonge chauffeur, overduidelijk van Turkse afkomst, had zijn draai wel gevonden. Huisje in Hoofddorp, taxi-rijder, liefhebber van house ‘soms ga ik naar een festival maar ik vind dat meestal te duur’ en voetballer bij ‘De Brug’.

                           *

Voor avonturen hoef je helemaal niet op vakantie. Dit ritje duurde 15 minuten. Van Bennebroek naar Schiphol. En was al een belevenis op zich. De verwijtende kattenogen was ik glad vergeten. We pakten onze tassen en wandelden Schiphol in waar zich op dit vroege uur al honderden passagiers bevonden. 

‘Goede reis’, riep de reus ons na en wij zwaaiden. ‘Dank je wel!’ En daar gingen we. Wij, wereldreizigers.

                        ***
 

Advertisements

Ademtocht

 Naast mij zit een man met een pet. Een grijze pet. De man zelf ziet ook grijs: grijze trui, grijs/donkergrijs gestreepte sjaal en over zijn gezicht zweemt een lichtgrijze stoppelbaard. Er zit 0,5 cm tussen mij en de man. Dat is weinig. Genoeg om soms een vleugje zweet te ruiken, zijn adem. Verschraalde wijn, ongepoetste tanden. Ik draai mijn hoofd schielijk weg. Maar mijn neus heeft het onraad geroken. 
                         *

De gemiddelde leeftijd van het verzamelhok op Schiphol is 60, 65 jaar. Het is fijn om buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan maar ik vraag mij af wat erger is: een verzameling ouders met blèrende kinderen of een groep uitgebluste VUT-ters. Allebei is het erg. Maar dit alles dient een doel, een goed en hoger doel. We vliegen naar Samos. 

                         *

Op Samos is helaas de komende dagen het weer niet best. Dat zag ik op de weerapp met de vrolijke naam Yahoo! Nou, niks yahoo! op Samos de eerste twee dagen. Wolkjes met druppels. Van de regen in de drup, zeg maar. Wel zijn de kleuren en vooral geuren anders op Samos, zo anders. Gele geuren, oranje kleuren, citroen, sinaasappel, fris en fijn, zo fijn. 

                            *

De bejaarde massa komt direct tot leven zodra de crew kwiek binnenstapt. Lange piloten, dunne, verzorgde meisjes met sjaaltjes en koffertjes. De emancipatie leidde nog tot niets anders. Naast mij kucht de man in het grijs en het vleugje adem bereikt mijn geursensoren. Weer te laat het hoofd afgewend. 

                          *

De dame naast mij, zilveren oorringetje en comfortabele gympen probeert op mijn iPhone schermpje te kijken. Daarop tik ik dit verhaal. Als ik haar aankijk schrikt ze en ze kijkt gauw weg. Haar nagels heeft ze donkerroze gelakt. De randjes lak zijn rafelig. 

                         *

De man met pet gaapt. Een hele vleug waait richting mij. Ik adem door de mond en houd stand. Het alternatief is twee plekken rechts van mij gaan zitten, daar zijn twee stoelen vrij. Maar dat zou raar zijn. De man zou kunnen raden dat hij ruikt. Vooral uit zijn mond. 

                            *

De crew gaat aan het werk en de reizigers staan al dan niet moeizaam op om in de rij te wachten. Wachten dat duurt en duurt. Scannen van instapkaarten. Hoeveel keer zegt het meisje: ‘goedemorgen’? Hoeveel mensen passen in een vliegtuig? 100, 150? Ik weet het niet. Ik kijk op mijn instapkaart. Wij zitten in het midden, rij 16. Ik reken: 32 rijen x 6 stoelen, 3 aan 3 = 192. 192 keer zegt het scanmeisje ‘goedemorgen.’ Het is 5.30 uur.

                         *

In het vliegtuig is het enige dat hindert een elleboog van de man naast mij. Ik kan mijn rechterarm niet kwijt en plaats deze dan maar strak tegen de leuning aan. Ik sluit mijn ogen. 

                         *

De geuren en kleuren kloppen en zijn toch anders dan daarvoor. Frisgroen dit keer, de bomen en struiken. Blauw, zo blauw de zee. En de zon verwarmt kleur en geur. Ik adem diep in. We zijn er.

                         ***

 

Op reis

IMG_4984.PNG
Het is 4.33 uur. Op dit mooie tijdstip is het rustig, hier in de ‘Mediterranean Sandwich Bar’ op Schiphol. Een troosteloze naam voor een troosteloze plek. Mediterranean, dat zal de mintkleur van de houten, net echt maar toch kunststof, tafeltjes verklaren. In een glazen boog roken de verslaafden hun sigaretje. Mismoedig staren zij door het glas naar de niet-rokers. Een geblondeerde vrouw met poedel krullen staart over mij heen. Naar de lichtjes buiten in het donker.

Verderop worden wij als makke schapen in een wachthok gedreven. Na de controle van boarding pass en paspoort zitten we in het volgende hok. Kindergeschreeuw, jonge stelletjes, arm in arm, en veel vertegenwoordigers van de grijze golf.

‘Je kan daar rijden op een kameel.’ Dat is mijn buurvrouw. 65 schat ik zo in. Net als alle andere vrouwen hier kort, grijs haar.
‘Vind jij dat leuk, Henk?’
Henk lacht een beetje moeilijk. Een rijzige man, leraar in ruste, denk ik.
‘Dat hebben we ook in Marokko gedaan, rijden op een kameel. Het was zelfs een tweezitter.’ De vrouw naast mij verkneukelt zich bij de herinnering. ‘Ik vond het wel kicken!’ zegt ze. Het gesprek kabbelt voort. Het gaat nu over de ‘architect’ op Lanzarote. Ze bedoelen de kunstenaar Manrique: Cesar Manrique, maar ze zoeken het even op in het boekje. En ja hoor, ‘Cesar Manrique’, dat is hem. ‘Het is een lastige naam om te onthouden’ vindt mijn buurvrouw. Naast mij aan de andere kant zit ook een oudere vrouw. Gegroefd gezicht. Diepliggende, bruine ogen.

Enkele kinderen worden nu wild. Huilen, jengelen en zich van schoten af willen stortende babies en peuters verstoren de rust in het hok. Het belooft een mooie vlucht te worden.

We gaan. Naar Lanzarote. Naar het eiland van Manrique met zijn prachtige kunstwerken en het geweldige huis dat hij bouwde in de grillige lavavelden van zijn geliefde eiland.

Het is 5.35 uur. Ready for take-off.